Wat ga ik doen?

Je moet antwoord geven op de volgende vragen. Daar mag je de bronnen bij gebruiken die je krijgt maar je mag uiteraard ook zelf andere bronnen zoeken. 

De vragen met bijbehorende antwoorden mail je naar je docent.

 

1. Wat wordt er bedoeld met ‘uithoudingsvermogen’?

2. Wat is, bij training, het verschil tussen anaeroob en
aeroob?

3. Kun je beter anaeroob of aeroob trainen als je vet
wilt verbranden? Waarom?

4. Wat is, behalve vet, de belangrijkste brandstof in je
lichaam voor de productie van energie?

5. Wat gebeurt er als je verzuurt? Gebruik in je antwoord
het woord ‘afvalstoffen’.

6. Leg uit waarom je beter een dag rust kunt nemen tussen
twee trainingen in plaats van elke dag hard te trainen.