
Op bovenstaande foto zie je een aantal tieners. Ze zijn allemaal even uniek.
Ze zien er allemaal anders uit. De leerlingen in je klas zien er ook allemaal anders uit. Als je iemand ziet weet je meteen wie het is. Dat komt door zijn uiterlijke kenmerken. De een heeft lang haar, de ander weer kort. De een is blond, de ander heeft bruin haar. Dat zijn de uiterlijke kenmerken van een persoon. Ook aan andere dingen kun je iemand herkennen zoals een bril, een beugel, oorbellen en tattoo's. Zoals jij is er maar één daar mag je trots op zijn.
Veel van deze kenmerken krijg je mee van je ouders. Bij je geboorte zijn een aantal dingen al bepaald. Andere dingen kies jezelf. De lengte van je haar bijvoorbeeld. Hoe je je kleed. Je laat daarmee zien wie jij bent. Je laat je eigen smaak zien.
iedereen is uniek iedereen is anders dan een ander.




Wie vind jij het leukst?
Toen je voor het eerst op school kwam zag je een heleboel nieuwe mensen. De ene persoon leek je meteen aardig en de ander helemaal niet. Dat was je eerste indruk. Je had al meteen een mening over iemand.
Een mening is wat je van iets of iemand vindt, hoe je er over denkt.
Je uiterlijk is belangrijk voor je eerste indruk. Jouw uiterlijk is belangrijk voor de mening van een ander. De kleding die je kiest is belangrijk om te laten zien wie je bent. Soms kun je de kleding zelf kiezen en bepaal je zelf hoe je eruit ziet, soms doen andere dat voor je. Soms pas je je aan, soms heeft iemand veel invloed op je uiterlijk.