Stoffen zijn een geheel van geweven garen( samen in elkaar gedraaide vezels).
alle stoffen ontstaan uit negen basisvezels( kleine draadjes): katoen, linnen, zijde, viscose, polyester, polyamide, acryl en elastomeer, Door verschillende weeftechnieken te gebruiken krijg je verschillende basisstoffen.
Natuurlijke stoffen Natuurlijk stoffen zijn gemaakt van plantaardige of dierlijke vezels
Katoen zijde wol linnen
Katoen: Een zachte stof die gemaakt wordt van een plantaardige vezel, afkomstig van de katoenplant. De meeste kledingstukken die bij ons in de winkels liggen, zijn van katoen. De stof is zo populair omdat hij als het ware ademt: hij neemt makkelijk vocht op
Zijde: Zijde wordt gemaakt van een dierlijke vezel, door de zijderubs. Zijde is een heel vloeiende, glanzende en luchtige stof. Het is een zeer sterke stof maar zweet kan blijvende vlekken creëren, ook alcohol (denk aan deodorant, haarlak en parfum) kunnen de stof schaden.
Wol: Wol wordt gemaakt van de haren van dierenvacht, meestal van schapen. Het is vooral goed tegen de koude. Het is een warme, elastische en zachte stof. Het nadeel van wol is dat het makkelijk pluist en moeilijk wasbaar is.
Linnen: Linnen is een natuurlijke stof die gemaakt wordt van vlas ( een plantensoort). Het is een sterke, vormvaste stof die makkelijk te onderhouden is. Bovendien is linnen erg luchtig waardoor het een waar plezier is om te dragen. Het enige nadeel is dat linnen snel kreukt.
Synthetische stoffen Kunstmatige stoffen worden gemaakt van vezels die niet in de natuur voorkomen. Die kunstmatige vezels ondergaan dan meestal nog eens een chemisch proces, waarna ze tot stof kunnen geweven worden. Synthetische stoffen zijn het makkelijkste in onderhoud.
Viscose: Viscose wordt gemaakt van houtcellulose en katoen, het is een plantaardige kunstmatige vezel.
Acryl: Acryl lijkt heel sterk op wol. De stof is zacht en volumineus en isoleert zeer goed. Acryl wordt gebruikt voor onder andere mutsen, sjaals, dekens en truien.
Polyester: Polyester is een lichte, gladde stof die zacht aanvoelt. Daarbovenop is het vormvast en duurzaam. Een nadeel is dan weer dat polyester statisch kan zijn en niet zo goed ademt.
Nylon: Nylon of polyamide is elastisch, waterafstotend, kreukt niet en is vormvast. De stof wordt vooral gebruikt voor badpakken, kousen en panty’s.
Elasthaan: Elasthaan is extreem elastisch en tegelijkertijd vormvast. Dat komt omdat elasthaan een stof is waarin zeer fijne draadjes rubber geweven zijn. De stof wordt dikwijls toegevoegd aan katoen om het geheel rekbaarder te maken.
Kleding en het millieu
Voordat je een kledingstuk in de winkel koopt, is er al heel wat gebeurd. Er zijn planten of dieren die het ruwe materiaal leveren. Dit materiaal is na het oogsten bewerkt, gesponnen, geverfd, geknipt, genaaid, etc. Wanneer jij in die winkel staat zie je daar op het label niets van. Aan de productie van textiel kleven aanzienlijke milieubezwaren. Zo worden in de katoenteelt veel bestrijdingsmiddelen gebruikt en bij het verven en andere bewerkingen van textiel worden milieuschadelijke stoffen gebruikt.
Vragen
U 18 Wat versta je onder vezels?
U 19 Wat versta je onder Draden?
U 20 Wat versta je onder Stoffen?
U 21 Noem vijf verschillende stoffen. Schrijf erbij of ze van plantaardige, dierlijke of synthetische afkomst zijn.
U 22 Als het buiten erg koud is voor welke stof zou jij dan kiezen?
U 23 Als je een stof zoekt die veel vocht opneemt welke stof zou jij dan kiezen?
Verschillende manieren van weven geven verschillende stoffen