3. Werkwijze

WERKWIJZE

 

Sparen of lenen?

 

Als je iets wilt kopen wat meer is dan je wekelijkse zakgeld, kun je hier voor sparen of lenen. Stel je wilt graag een scooter of een TV op je kamer, hoe ga je deze aanschaf bekostigen? Wat is beter er voor sparen of er voor lenen?

 

Opdracht 1:

Beantwoord alle vragen en zet het op papier. Schrijf aan het einde en korte eindconclusie.

Verwerk de beantwoorde vragen in een PowerPoint presentatie.

Maak gebruik van bronnen welke onder het kopje bronnen vermeld staan.

Interview een aantal leerlingen om je bevindingen te onderbouwen. Zet dit filmpje in de Powerpoint presentatie.

 

Sparen:

 

1. Welke spaarmotieven zijn er?

2. Welke manieren zijn er om te sparen?

3. Hoeveel zakgeld krijgen jongeren? Wat is de norm volgens het Nibud.?

4. Wat zijn de voordelen van sparen?

5. Welke soort spaarrekeningen zijn er voor jongeren?

6. Hoeveel rente krijg je op welke spaarrekening?

 

Lenen:

 

1. Waar kan je geld lenen?

2. Wat is het voordeel van het lenen van je ouders?

3. Wat is het nadeel van het lenen van je ouders?

4. Welke afspraken maak je met je ouders als je van hun leent?

5. Als je leent van een bedrijf, wat zijn de nadelen?

6. Bij welke bedrijven kun je geld lenen?

7. Vanaf welke leeftijd mag je lenen van een bedrijf? Moet je toestemming hebben van je ouders?

8. Ga naar http://financieel.infonu.nl/lenen/40782-kopen-op-afbetaling-bij-wehkamp-   en-neckermann.html  Hoeveel rente moet je als consument betalen bij Wehkamp of Neckemann om bijvoorbeeld een plasma TV te kopen?

9. Mag je als minderjarige (<18 jaar) lenen van een bank? Kijk op de sites van de

    Rabobank, ABN-AMRO bank en ING-bank. Van wie moet je dan toestemming

    hebben?

 

Vragen voor de medeleerlingen, voor tijdens het interview:

 

1. Heb je wel eens iets gekocht wat een grote uitgave was?

2. Ben je van plan een grote uitgave te doen in de toekomst?

3. Hoe ben je aan het geldbedrag gekomen om het te kunnen bekostigen?

4. Heb je wel eens geld geleend? Van wie of welke instantie?

5. Hoeveel zakgeld krijg je per week?

6. Heb je een baantje? Wat verdien je per week met dat baantje?

7. Wat doe je liever: lenen of sparen, als je iets groots koopt?

 

Conclusie  

   Tot welke conclusie kom je na het beantwoorden van de bovenstaande vragen?

   Is het beter om te sparen of om te lenen als je iets groots wilt aanschaffen.

 

Opdracht 2:

 

Maak een PowerPoint presentatie en verwerk alle gegevens in een heldere en overzichtelijke presentatie.

 

Opdracht 3:

 

Presenteer de PowerPoint presentatie aan je klasgenoten. Geef hun na afloop de kans om feedback te geven over de presentatie.