Opdracht 8

Opdracht 8: maak de volgende vragen over wuppen

 

Ergens in Nederland is er een wuppenboer. Hij wil graag zo veel mogelijk oranje wuppen. Oranje is dominant over veelkleurig. Hij kruist de onderstaande twee met elkaar.

 

 

 

P (OO)                                                                            P(vv)

 

A) Maak van deze kruising een kruisingsschema.

 

B) Beantwoord de volgende vragen:

Hoeveel procent F1 is er oranje? Hoeveel procent F1 is er veelkleurig? Hoeveel procent F1 is homozygoot? Hoeveel procent F1 is heterozygoot?

 

C) Maak een kruisingsschema van de F1 generatie.

 

D) Stel je voor dat er 12 nakomelingen zijn. Beantwoord de volgende vragen:

Hoeveel wuppen F2 zijn er oranje? Hoeveel wuppen F2 zijn er veelkleurig? Hoeveel wuppen F2 zijn homozygoot? Hoeveel wuppen F2 zijn heterozygoot?

 

E) Het doel van de boer was zo veel mogelijk oranje wuppen. Wat kan hij het beste kruisen van de F2 generatie om in de toekomst ook zo veel mogelijk oranje wuppen te krijgen? Maak een kruisingsschema.

 

F) Beantwoord de volgende vragen:

Hoeveel procent F3 is er oranje? Hoeveel procent F3 is er veelkleurig? Hoeveel procent F3 is homozygoot? Hoeveel procent F3 is heterozygoot?

 

Kortsprieterigheid (K)  is bij wuppen dominant over normale sprieten (n). Een wup met korte sprieten, waarvan zijn moeder normale sprieten had, paart met een wup met normale sprieten.

 

G) Vul onderstaand kruisingsschema in:

 

               Kort

  

Normaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

H) Hoe groot is de kans dat het enige kind dat ze krijgen korte sprieten krijgt?