Kruisingsschema
Om duidelijk te krijgen hoe groot de kans is dat een bepaald organime met een eigenschap geboren wordt gebruiken we kruisingsschema's. Stel een kweker kruist een raszuivere rode bloem met een raszuivere witte. Dan wil hij natuurlijk weten hoe groot de kans is op rode en witte bloemen. Dit maken we inzichterlijk met een kruissingsschema
Een kruissingsschema is een tabel met 9 vakjes, 3 bij 3. Aan de linkerkant wordt het genotype van de ene P neer gezet (twee letters, 1 eigenschap van vader, 1 eigenschap van moeder) en aan de bovenkant het genotype van de andere ouder. De kruisingen van deze eigenschappen komen in de onderste 4 vakken te staan
Stel je vader heeft stijl haar en je moeder krullend. Als ze wilde weten hoe groot de kans was dat jij krullend haar zou krijgen kunnen ze deze informatie verwerken in het schema.
Voor dominante eigenschappen wordt er altijd een hoofdletter gebruikt. Voor recessieve eigenschappen een kleine letter. Je ziet in dit schema je vader aan de linker kant staan. Hij is homozygoot stijl. Omdat stijl recessief is gebruiken we een kleine letter s. Bovenaan staat je moeder. Krullend haar is dominant. Vandaar dat Krullend met een hoofdletter geschreven staat.
Als je de pijlen van het kruissingsschema volgt en de eerste letters in het vak zet krijg je twee vakjes met Ks en twee vakjes met ss. Het vakje met Ks is heterozygoot. Omdat de K dominant, sterker, is dan de s komt deze tot uiting. Het kind heeft dus krullen. De vier vakjes staan voor 100%. Elk vakje is dus 25%. Twee vakjes met Ks is dus 50%, twee vakjes met ss is ook 50%.
Jouw ouders hadden 50% kans op een kind met stijl haar (ss) en 50% kans op een kind met krullend haar (Ks)
Bij een officieel kruissingsschema gebruiken we geen woorden meer maar alleen nog maar letters. We maken onderscheid in hoofdletters en kleine letters om het dominante en recessieve gen aan te geven.