Kruisingen:
Jij bent gemaakt met behulp van je vader en moeder. Uit twee honden kunnen puppy's komen. Als twee organismen zich voortplanten en nakomelingen krijgen spreek je over een kruising.
De generatie waar je mee begint noem je de ouders. Ooit zijn er binnen de biologie afspraken gemaakt om deze generatie aan te geven met de letter P. De P staat voor Parentes, het Latijnse woord voor ouders.
De nakomelingen die deze ouders krijgen heet de F1 generatie. De F staat voor Filius, Filia en Fillae. Dit zijn de Latijnse woorden voor zoon, dochter en kinderen.
De nakomelingen van de F1 generatie noem je de F2 generatie.
Stel je voor dat we naar de erfelijke eigenschappen binnen jouw familie willen kijken. We beginnen bij jouw opa en oma. Dit is de P generatie. Om te zien of een eigenschap over geerfd kan worden gaan we kijken naar hun kinderen, de F1 generatie. Dit is bijvoorbeeld jouw vader en de broers en zussen van jouw vader, dus je ooms en tantes. Als laatste wordt er gekeken naar de nakomelingen van je vader. Dat ben jij en je broers en zussen. Jullie zijn de F2 generatie
P Opa + Oma
F1 Vader + ooms + tantes
F2 Jij + broers + zussen