|
Kerndoelen van deze les |
Functioneel kerndoel 6 (Domein Taal) - De leerling verkent taal als systeem. |
|
Leerdoelen – kennis en/of vaardigheden |
Na afloop van deze les: - kan de leerling woorden met de letter R herkennen, lezen of benoemen en deze terugvinden op een bingokaart. |
|
Eindopdracht om te bepalen of leerdoelen zijn behaald |
De leerkracht observeert tijdens het bingospel of de leerling woorden met de letter R herkent, leest of benoemt en deze juist afdekt op de bingokaart. |
|
Didactische opbouw – hoe bouw je de activiteiten op |
Korte toelichting op de activiteit Bingo is een gestructureerde spelactiviteit. Leerlingen luisteren naar woorden of bekijken afbeeldingen en zoeken deze terug op hun bingokaart.
Instructie en fasering - Doordacht Passend Lesmodel De leerkracht legt kort uit dat de leerlingen bingo gaan spelen met woorden en Fase 2 – interactieve instructieDe leerkracht doet een voorbeeldronde:
Fase 3 – actieve verwerkingLeerlingen spelen het bingospel:
De leerkracht observeert en ondersteunt waar nodig door mee te lezen of woorden te laten herhalen. Fase 4 – eind van de lesHet spel eindigt wanneer een leerling bingo heeft. |
|
Benodigde materialen en voorbereiding |
Benodigde materialen: Voorbereiding: |
|
Klassenmanagement, differentiatie en ondersteuning in de klas |
De activiteit wordt in kleine groepjes gespeeld. Differentiatie is mogelijk door: |
|
Overige |
Na afronding van de letter R kan bingo regelmatig terugkeren als herhaal- en onderhoudsactiviteit. De aanpak en opbouw zijn gelijk aan die van andere letters in deze reeks, zodat leerlingen steeds binnen een herkenbare structuur werken. |