Model toepassingsles over het indelen van chemische stoffen in metalen, zouten en moleculaire stoffen
Voor onderbouw havo/vwo en bovenbouw vmbo
Omschrijving
Atoomsoorten worden in het periodieksysteem onderverdeeld in metalen en niet-metalen. Met deze twee soorten atomen kun je drie combinaties maken. Hierdoor kun je de stoffen indelen in 3 groepen met elk hun eigen eigenschappen en bindingen. Tijdens deze les verkennen leerlingen de groepen en hun eigenschappen. Een toepassing hiervan zou kunnen zijn dat je de gevonden eigenschappen nogmaals bij andere stoffen uit dezelfde groep kunt controleren.
Leerdoelen inhoud
Het herkennen van het verschil tussen metaal en niet-metaal atomen
Beschrijven van de basissamenstelling van metalen, zouten en moleculaire stoffen.
Beschrijven van de eigenschappen van metalen, zouten en moleculaire stoffen.
Leerdoelen vaardigheden
Gebruikmaken van kennis in leerboeken zonder uitleg.
Maken van een werkplan, om eigenschappen van stoffen te onderzoeken.
Beschrijven van waarnemingen en uitkomsten uit experimenten en dit delen met anderen.
Voorkennis
Kennis van het periodiek systeem
Het verschil kennen tussen atomen en moleculen
Het verschil kennen tussen metaal atomen en niet-metaal atomen
Benodigdheden
Voedingskast, snoeren, lampje, elektrode of metalen plaatjes en krokodillen klemmen.
Drie voor de leerling bekende stoffen bv. Keukenzout, suiker, ijzer, koper krullen.
Klassikale introductie van het practicum
De docent en de leerlingen verkennen eerst op het bord de twee soorten atomen (metalen en niet-metalen) en de combinaties die mogelijk zijn. De docent zet deze combinaties in een schema op het bord.
Atoom 1
Atoom 2
Kenmerken
Stof
metaal
Metaal
metaal
Niet-metaal
Niet-metaal
Niet-metaal
De docent laat daarna de drie stoffen zien. De leerlingen benoemen de drie stoffen. De docent geeft de leerlingen de opdracht uit te zoeken tot welke categorie in het schema de drie stoffen behoren en vervolgens de categorie een naam te geven.
De docent laat de leerlingen het materiaal zien dat ze voor de experimenten mogen gebruiken.
Leerlingen gaan aan de slag met het maken van werkplannen en het doen van de experimenten. (Dit wordt in het klassengesprek gepresenteerd.)
Aanrommelfase
De leerlingen zullen in het begin wat rommelig reageren op de weinige informatie die ze hebben. Al snel volgt de vraag of ze het boek mogen gebruiken. Het is verstandig de leerlingen wel de mogelijkheid te geven in hun boek te kunnen kijken, omdat ze dan hun onderzoek een beetje kunnen sturen. Wil je zonder boek werken dan zul je de leerlingen bij de mogelijke experimenten meer moeten sturen. Je kunt gebruik maken van vragen als:
Op wat voor manieren kunnen stoffen van elkaar verschillen?
Geleiden alle stoffen even goed elektriciteit? Hoe zou je dat kunnen testen?
Geleiden alle stoffen even goed warmte? Hoe zou je dat kunnen testen?.
Zijn alle stoffen even brandbaar? Hoe zou je dat kunnen testen?
Keukenzout lost op in water. Kunnen alle stoffen dat?
Metingen leerlingen
De metingen van leerling zullen heel divers zijn. Het is vooral van belang dat ze hun onderzoek en resultaten evt. met verkort werkplan of tekening goed op het bord schrijven, zodat ook andere leerlingen begrijpen wat ze hebben gedaan. Neem de tijd voor het uit testen en benoemen van de stoffen. Aan het einde maken de leerling het schema af. Dit schema kan op een later tijdstip verder worden aangevuld.
Organisatie
Tijd 1 lesuur van 60 – 80 minuten, kan korter als de klassikale introductie in de les ervoor gedaan word.
Leerlingen werken in groepjes van twee tot drie, eventueel met een taakindeling.
Neem ongeveer 15 tot 20 minuten voor de klassikale introductie. Zorg dat het schema goed duidelijk op het bord staat, zodat helder is waar naar gezocht wordt
Het practicum neem 20 tot 25 minuten in beslag
Het kringgesprek duurt ongeveer 20 minuten
Kap de onderdelen op tijd af, zodat er nog ca. 10 minuten overblijven voor de leerlingen om alles in hun logboek te schrijven.
Inhoud kringgesprek Klassikale nabespreking
Na afloop worden de borden per groepje gezamenlijk met de hele groep besproken. Let daarbij op de volgende zaken:
Staat er een titel en de namen van het groepje op het bord.
Is de aanpak van het onderzoek helder. Anders laten verduidelijken.
Naar welke stof eigenschap is gezocht en wat zijn de verschillen voor de verschillende stoffen.
Hebben alle leerlingen hetzelfde gevonden. Maak een groot schema op het klassikale bord en laat alle groepjes de door hen gevonden eigenschap bij de stoffen schrijven.
Eindig met het afmaken van het schema door de verschillende namen (metalen, zouten en moleculaire stoffen) erbij te schrijven of laat dit leerlingen doen.
Inhoud logboek
Zorg er voor dat de leerlingen aan het einde van de les hun aantekeningen en het schema kunnen overnemen of aanvullen in een logboek of schrift. Misschien is er daarna nog even tijd voor de leerling wat hij/zij geleerd heeft in deze les.