Demonstratie: 5 Lampjes - Weerstand en Temperatuur

Auteur(s): Wouter Spaan naar een idee van Ruud Brouwer[1], voor Modeldidactiek bewerkt door Ed van den Berg

Onderwerp: Elektrische schakelingen

Niveau: 5 of 6 vwo en lerarenopleiding, eventueel havo 5

Vereiste tijd: 60 minuten, bv deel van einddiscussie in volgende les met huiswerkopdracht om de details in de stroomgrafiek te verklaren.

Algemene beschrijving

Omschrijving

Vijf lampjes worden in serie geschakeld. Vervolgens wordt de spanningsbron eerst aangesloten zodat er maar één lampje brandt, daarna twee, enzovoort.  Leerlingen doen waarnemingen en passen hun model van elektrische stroom en PTC materialen toe om de waarnemingen te verklaren.  In de huidige vorm kan de demo-les meer dan 45 minuten duren. Eventueel in de volgende les nog terugkomen op enkele details.

Voorkennis

Leerdoel

Benodigdheden

Figure 1 Schakeling met zwevend contact.

Figure 2 Schakeling van de lampjes. Let op, bij lampje 2 zijn er wat onhandig kruisende kabels.

Klassikale introductie: Wat zien we?

Opdracht

Organisatie (optioneel)

Inhoud kringgesprek

Inhoud logboek (optionele samenvatting)

Voorbeeld resultaten

Afbeelding van de grafiek van de stroomsensor. Er is steeds een smalle, hoge piek. Veel hoger dan gedacht. Het koude filament heeft blijkbaar een zeer lage weerstand. Maar de eindtemperatuur is ook heel snel bereikt. Dat de afname in de stroomsterkte kleiner wordt met elk toegevoegd lampje, is gemakkelijk te verklaren. Bv van 1 naar 2 lampjes verdubbelt de weerstand, maar bij het derde lampje neemt de weerstand met de helft toe, enz. Eigenlijk zijn de pieken van de eerste lampjes nog hoger, maar de stroomsensor raakt verzadigd bij 600 mA.

Bronnen

ShowdeFysica 3 (p172-173)

Natuurkundige achtergrond

Afnemen van intensiteit na bijschakelen van meer lampjes in serie: de spanning per lampje wordt kleiner dus U2/R (of UI, of I2R), het vermogen per lampje, neemt af. (Hier wordt nog geen rekening gehouden met weerstandverandering.)

Het verloop van stroomsterkte na inschakelen: het koude filament heeft een kleinere weerstand dan het hete filament. Direct na inschakelen is er een stroompiek. De stroomsterkte neemt snel af naarmate het filament op temperatuur komt en zijn maximale weerstand bereikt.

Het trager licht gaan uitzenden van het laatste lampje: naarmate meer lampjes worden ingeschakeld, neemt de stroomsterkte af. Het duurt dan langer voordat het filament van een bijgeschakeld lampje heet genoeg wordt en dus voldoende weerstand heeft en spanning daarover, om licht uit te stralen (P=UI=I2R=V2/R). De stroom zakt daardoor steeds langzamer. De I,t-grafiek zakt bij ieder volgend lampje minder snel.

Verschillen in stroomsterkte tussen 2 lampjes, 3 lampjes, 4 lampjes, etc.: Bij een vaste waarde van de weerstand per lampje verwacht je I=U/2R, U/3R, U/4R etc. Maar vanwege de lagere temperatuur bij kleinere stroomsterkte, zal de uiteindelijke stroomsterkte bij 2 lampjes ietsje hoger liggen dan de helft van die bij 1 lampje. Alle stroomsterktes liggen dus wat hoger dan bovenstaande reeks (I=U/2R, U/3R, U/4R) wanneer de vaste R van een schakeling met 1 lampje wordt genomen.

Een spectaculaire toevoeging vormen resultaten van FLIR infrarood foto’s. De eerste twee lampjes blijven op de FLIR zeer helder en alle toegevoegde lampjes hebben heel lage intensiteit. De filamenten van die eerste twee lampjes krijgen een lagere temperatuur na bijschakeling van andere lampjes, maar het glas van de lampjes blijft nog lang warm!

Toepassingsvraag

Bij het inschakelen van een lange rij lampen in serie kan een stop doorslaan. Leg uit hoe dit komt.

 

[1] Ruud Brouwer: https://www.stevin.info/aa-ouna/OuNa%2018%20Elektricks.pdf