![]() |
Nederlandse landschappen |
| Zandlandschap Landschap ontstaan door afzettingen van (dek)zand. |
|
Dekzand |
| Rivierkleilandschap Landschap ontstaan door overstromingen van rivieren. |
| Zeekleilandschap Een land dat is ontstaan door overstromingen van de zee die zeeklei achter liet. |
| Duinlandschap Gebied aan de kust met duinen. |
| Veenlandschap Gebied met veen. |
| Lösslandschap Heuvelachtig gebied met de vruchtbare grondsoort löss. |
| Rivierbedding Het gebied dat een rivier heeft uitgesleten. |
| Uiterwaarde Het gebied tussen de zomerdijk en winterdijk. |
| Rivierdijk Dijken aan weerszijden van een rivier bedoeld om overstromingen van het binnendijkse gebied te voorkomen. |
| Duin Heuvel van zand ontstaan door de wind. |
| Veen Grondsoort bestaande uit organisch materiaal. |
| Löss Zeer vruchtbare grondsoort met een kleine korrelgrootte. |
| Heuvel Reliëf met hoogteverschillen tussen de 150 en 500 meter. |
| Rivier Een natuurlijke waterloop die water afvoert van een hoger gelegen gebied naar een lager gelegen gebied. |
| Sedimentatie Het afzetten, op de bodem terechtkomen, van sedimenten zoals zand, grind en klei in een ander gebied dan de plek van herkomst. |
| Erosie Het uitschuren en afvoeren van los materiaal van de aardkorst naar een andere plek door wind, water en ijs. |
| Infrastructuur Alle verbindingen van punt A naar punt B. |
| Reliëf Hoogteverschillen in het landschap. |
In deze stap maak je de toets 'Landschapsvormen'.
De toets bestaat uit gesloten vragen.
Als je alle vragen beantwoord hebt, zie je je score.
Je krijgt van de vragen die je fout hebt, het goede antwoord te zien.
Kan ik wat ik moet kunnen?
Hoe ging het?