Dankzij het vrije geldverkeer reist geld de wereld rond zonder enige belemmering.
Het geld reist steeds sneller dankzij snellere verbindingen en betere samenwerking met internationale banken.
Beleggers kunnen met hun geld overal terecht. Ze gebruiken de hele wereld als hun werkterrein.
In deze opdracht zie je dat wat deze beleggers met hun geld doen niet altijd even onschuldig is.
Beleggen is een handige manier om geld te verdienen. Kun je een andere manier noemen om (snel) geld te verdienen?
Aan het eind van deze opdracht kan ik:
Activiteiten
De activiteiten in deze opdracht dragen bij tot het volgende leerdoel:
Je herkent hoe het vrije geldverkeer nationale en internationale handel beïnvloedt.
| Aan de slag | ||
| Stap | Activiteit | |
| Stap 1 | ![]() |
Je leert over het vrije geldverkeer en de snelheid daarvan. Je beantwoordt vragen over IBAN. |
| Stap 2 | ![]() |
Je leest twee voorbeeldteksten over geldstromen en beantwoordt er een vraag over. |
| Stap 3 | ![]() |
Je leest dat een investering van grote beleggers niet altijd leidt tot een (hoog) rendement. Je beantwoordt er vragen over. |
| Afronding | ||
| Onderdeel | Activiteit | |
| Begrippen | ![]() |
De begrippen hebben te maken met geldverkeer en rendement. |
| Eindopdracht | ![]() |
Je maakt een concept map waarin je begrippen uit deze opdracht met elkaar verbindt. |
| Terugkijken | ![]() |
Terugkijken op de opdracht. |
Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.
Geld in je portemonnee, geld sparen, geld pinnen, cash betalen of met een creditcard. Zo kennen we ons geld.
Geld wordt voortdurend verhandeld. Door bijvoorbeeld vreemde valuta te kopen of te beleggen in aandelen van bedrijven. Door de globalisering is geld steeds sneller en internationaler gaan reizen.
De landen van de Europese Unie hebben met elkaar afgesproken dat vanaf 1993 geld vrij mag reizen van het ene land naar het andere binnen de unie. We noemen dit vrij verkeer van geld. Ook buiten Europa is veel vrij verkeer van geld.
Geld is steeds sneller gaan reizen dankzij:
Het zijn de grote beleggers (mensen met heel veel geld en organisaties als banken, pensioenfondsen en investeringsmaatschappijen) die het meeste geld over de wereld sturen. Zij laten hun geld reizen op zoek naar die plaatsen waar ze het meest met hun geld kunnen verdienen. Deftig gezegd: waar ze het hoogste rendement uit hun beleggingen kunnen halen.
Geld reist voortdurend van de ene plek op de wereld naar de andere.
Lees de volgende teksten.
Je krijgt dan een beter idee van de geldstroom.
Bedrijven hebben geld nodig om te kunnen blijven draaien.
Dat geld komt vaak van beleggers die hun geld in aandelen stoppen of de bedrijven compleet opkopen.
Dat loopt voor de bedrijven niet altijd goed af.
Lees de tekst en geef antwoord op de vraag.
|
Vrij verkeer van geld |
|
IBAN-nummer |
|
Grote beleggers |
|
Geldstroom |
|
Rendement |
|
Aandelen |
Je hebt aan de hand van voorbeelden gezien hoe geld van land tot land reist, razendsnel en zonder enige hinder. Je hebt ook gezien dat geld de wereld overgaat omdat grote beleggers voortdurend zoeken naar het hoogste rendement. Ten slotte heb je gezien dat er situaties zijn waarin mensen, bedrijven en landen worden benadeeld bij dat streven naar een zo hoog mogelijk rendement.
Je gaat dit wereldwijde geldverkeer in kaart brengen. Je gaat verbanden leggen tussen begrippen die je in deze opdracht bent tegengekomen. Dat doe je door het maken van een concept map.
Een concept map is een visuele voorstelling van een onderwerp en de begrippen die met dat onderwerp te maken hebben. Dat doe je door die begrippen op een vel papier te tekenen en lijnen tussen de begrippen te trekken. Met elke lijn geef je een verband weer tussen twee begrippen (oorzaak, gevolg, komt voort uit, overeenkomst met, is geen, enz.).
Hoe je dat doet, kun je zien in de video: Hoe en waarom maak je een concept map?
Je krijgt van je leerkracht een lijst van twintig begrippen en een leeg vel.
Klaar?
Laat je concept map beoordelen door jullie docent.
Bij de beoordeling let de docent op:
Intro
Kan ik wat ik moet kunnen?
Hoe ging het?