Arbeidsverdeling

Arbeidsverdeling

Intro

Artikelen als spijkerbroeken en mobieltjes reizen de hele wereld over voor ze in de winkel liggen.
Soms komen de onderdelen uit verschillende delen van de wereld voor ze uiteindelijk in elkaar worden gezet. Soms ondergaan ze op verschillende plekken een bewerking of worden er onderdelen aan toegevoegd. Onhandig, zou je zeggen.

Maar in deze opdracht wordt duidelijk waarom fabrikanten vaak op die manier te werk gaan.

Als voorbeeld in deze opdracht wordt de 'omafiets' genoemd.
Kun je zelf ook een product bedenken (of Googlen) dat op verschillende plekken bewerkt wordt voordat het bij de klant terechtkomt?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

Wat ga ik doen?

Activiteiten
De activiteiten in deze opdracht dragen bij tot het volgende leerdoel:
Je kunt de gevolgen toelichten van de veranderende internationale arbeidsverdeling voor verschillende gebieden.

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je bestudeert de Kennisbank. Je bekijkt een video over herkomst van producten en beantwoordt vragen.
Stap 2 Je leest de uitleg over de voordelen van productie van goederen of grondstoffen in een bepaald gebied. Je leest welke factoren meespelen (zoals transport en goedkopere productieprocessen). Je bekijkt een video over productieprocessen in China en maakt een oefening.
Stap 3 Je leest over de productiestadia van een spijkerbroek. Je leert wat een bedrijfskolom is.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippen In de begrippenlijst vind je begrippen over arbeidsverdeling.
Eindopdracht A Kies je voor eindopdracht A dan maak je een toets.
Eindopdracht B Kies je voor eindopdracht B dan maak je samen met een klasgenoot een bedrijfskolom van een zelf gekozen artikel.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.



Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Nederland en het buitenland

Bestudeer uit de Kennisbank de pagina over internationale arbeidsverdeling.

Internationale arbeidsverdeling

 

Internationale arbeidsverdeling maakt handel tussen landen nodig en maakt het mogelijk dat een land zich gaat toeleggen op het maken van die producten die het best bij het land passen.

Bekijk de video over herkomst van producten en beantwoord de vragen.

 

Stap 2: Het goedkoopste

Niet alleen omafietsen hebben een lange reis gemaakt voordat ze in de winkel staan en bevatten onderdelen uit meerdere landen. Dat geldt ook voor auto’s, kleding, schoenen, hockeysticks en talloze andere dingen. Waarom doen fabrikanten zo ingewikkeld? Is het niet handiger om een artikel helemaal op één plek te maken?

De wereld wordt steeds kleiner. Via de media zijn we live aanwezig bij gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld en reizen we met gemak naar andere plaatsen op onze aardbol. En dat geldt niet alleen voor onszelf, maar ook voor de artikelen die we dagelijks kopen. Onze producten komen overal vandaan, maar vooral uit landen waar de lonen laag zijn.

Kijk naar deze video over Globalisering en de gevolgen van de openstelling van de Chinese markt voor westerse bedrijven.

Video: De prijsvechter in de klas


In de 19e eeuw en in de eerste helft van de 20e eeuw was vervoer duur en niet overal voorhanden. Toen was het inderdaad handiger om de productie in één fabriek te concentreren. Ook was het handiger om die fabriek neer te zetten dicht bij de grondstoffen en de arbeidskrachten.

Voor het maken van staal heb je steenkool en ijzererts nodig. Het Ruhrgebied was een geschikte plek om staal te maken want in de bodem van dat gebied zat veel steenkool en niet ver van het gebied vandaan was veel ijzererts te vinden. Vanaf omstreeks 1850 verrezen er veel staalfabrieken in het Ruhrgebied.

In de tweede helft van de 20e eeuw werd het vervoer almaar beter, sneller en goedkoper. Dat kwam mede door de uitvinding van de container. Deze uitvinding maakte het laden en lossen van goederen een stuk eenvoudiger. Ook de infrastructuur is sterk verbeterd door de aanleg van goede zeehavens, vliegvelden, weg- en spoorverbindingen. Dat gebeurde niet alleen in rijke landen, maar ook in minder rijke als China en Maleisië.

Dat goedkope en goede vervoer maakt het mogelijk dat bedrijven de goedkoopste grondstoffen, bronnen van energie, onderdelen, enzovoort bij elkaar kunnen zoeken. En als producten daarvoor grote afstanden moeten afleggen, is dat geen bezwaar want de kostenpost vervoer is klein vergeleken met andere kosten.

Dat vervoer goedkoop en ruim voorhanden werd, had nog een ander gevolg. Arbeidsintensieve productie kun je het goedkoopst laten uitvoeren in landen waar de lonen laag zijn. Zo is heel veel maakindustrie op drift geraakt en verplaatst naar deze lagelonenlanden. Als de lonen er na verloop van tijd stijgen, dan zoeken fabrikanten weer nieuwe vestigingsplaatsen. Meestal gaat het in dergelijke gevallen om ongeschoolde of laaggeschoolde arbeid.

Productieprocessen die weinig arbeid vragen, blijven in de regel wel in het thuisland van de producent. Denk daarbij aan werk dat door robots en machines kan worden gedaan, of aan creatieve arbeid zoals het bedenken en ontwerpen van nieuwe producten. Zo is er een internationale arbeidsverdeling ontstaan waarbij handwerk vooral in lagelonenlanden wordt gedaan en het overige werk in rijke landen.

Stap 3: Stapsgewijze productie

Zoals je hebt gezien worden veel artikelen in stappen gemaakt. Je hebt er in Stap 1 een voorbeeld van gezien (de omafiets).

Hier volgt nog een voorbeeld.

Wereldreis van een spijkerbroek

  1. De ontwerpers van Strauss en Co., het bedrijf dat spijkerbroeken maakt, bedenken een nieuw model, bestemd voor de Europese markt. Ze sturen het ontwerp en de werktekening naar de Filipijnen.
  2. In Kazachstan, India of Peru wordt katoen geoogst. Het wordt naar China vervoerd. Daar wordt het tot katoengaren gesponnen. Dat garen gaat naar de Filipijnen. Daar wordt het geverfd in indigokleuren met een kleurstof die gewonnen wordt uit een plant die oorspronkelijk uit India komt of met een chemische kleurstof.
  3. Dan gaat het garen naar Polen waar er rollen stof van worden geweven.
  4. De rollen stof gaan naar de Filipijnen. Ook gaan er binnenvoeringen en labels, knopen, ritsen en wat verder in kleding verwerkt wordt vanuit Frankrijk naar de Filipijnen. Daar worden de spijkerbroeken in elkaar genaaid.
  5. De broeken worden naar Griekenland verscheept en daar gebleekt met puimsteen.
  6. Ten slotte komen de spijkerbroeken in Nederland aan, klaar voor de verkoop.

Tegenwoordig worden veel artikelen dus in stappen gemaakt bij verschillende bedrijven. Deze opeenvolgende stadia van productie en de bijbehorende bedrijven, heet een bedrijfskolom.

Afronding

Begrippen

Internationale betrekkingen

Internationale arbeidsverdeling
Verdeling van het maken van producten over verschillende landen.

Internationale concurrentie(positie)
Het vermogen om beter en/of goedkoper te kunnen produceren dan de buitenlandse concurrenten.

Protectionisme
Maatregelen die een land kan nemen om de bedrijven in dit land te beschermen tegen internationale concurrentie.

Europese Unie
Een vereniging van Europese landen die er samen voor moeten zorgen dat alles binnen deze Unie eerlijk verloopt.

Vrijhandel
Als twee of meer landen afspreken alle handelsbelemmeringen af te schaffen kunnen producten tussen deze landen ongehinderd geïmporteerd of geëxporteerd worden.

Import
Het invoeren van goederen in een land.

Export
Het uitvoeren van goederen uit een land.

Globalisering/Mondialisering
Op economisch, cultureel en politiek gebied is de wereld door de ontwikkelingen, op onder andere het gebied van vervoer, de afgelopen jaren steeds kleiner geworden.

Massaproductie
De productie van grote hoeveelheden standaardproducten (dezelfde producten).

Multinational
De naam voor een bedrijf die zowel goederen als diensten in meerdere landen produceert en verkoopt.

Afzetmarkt
Het gebied waarin de bedrijven en consumenten zijn gevestigd die een product willen kopen.

Schaalvergroting
Het groeien van bedrijven om op die manier de productiekosten te verlagen en de opbrengsten te verhogen.

Innovatie
Vernieuwing.

Global shift
Het verplaatsen van het economisch zwaartepunt (vooral productie) van de wereld van het gebied rondom de Atlantische Oceaan (de westerse wereld) naar het gebied rondom de Grote Oceaan (Azië).

Arbeidsintensief
Wanneer bij het produceren relatief veel arbeid wordt gebruikt.

Bedrijfskolom
De bedrijfskolom is de naam voor de opeenvolgende stappen die een product doormaakt, voordat het bij de klant, de consument is. In een bedrijfskolom staan bovenin de grondstoffen en onderin de detailhandel.

Eindopdracht A: Toets

Kies je voor eindopdracht A dan maak je een toets.
De toets bestaat uit een aantal meerkeuzevragen.

Eindopdracht B: Bedrijfskolom

Er gebeurt heel veel voor een product in de winkel ligt. Van grondstof naar halffabricaat en ten slotte de verwerking tot eindproduct. In de tussentijd wordt er wat heen-en-weer gesleept met onderdelen.

Als eindopdracht ga je samen met een klasgenoot een bedrijfskolom maken over een product waarvan je weet dat die uit een fabriek of werkplaats komt (dus geen groente of fruit). Je kunt een digitale bedrijfskolom maken, maar je kunt deze ook tekenen en voorzien van afbeeldingen.

Tip: Google de term “productieketen” of “bedrijfskolom” en de naam van een product, dat je voor de bedrijfskolom wilt gebruiken.
Op deze site vind je voorbeelden van een bedrijfskolom: www.finler.nl.

Geef voor zover van toepassing bij elke stap in je bedrijfskolom aan:

Zie je de internationale arbeidsverdeling die in Stap 2 is beschreven terug in je bedrijfskolom?

Beoordeling

De bedrijfskolom laten jullie beoordelen door jullie docent.

Bij de beoordeling let jullie docent op:

Terugkijken

Intro

Kan ik wat ik moet kunnen?

Hoe ging het?