Communicatie

Communicatie

Intro

(Mobiele) telefonie en internet maken het mogelijk om informatie over grote afstanden uit te wisselen.
Je leert dat mensen wereldwijd steeds meer met elkaar in verbinding staan: beter, sneller en goedkoper dan ooit.

Het is belangrijk om elkaars taal te spreken nu mensen zo snel en zo makkelijk met elkaar in contact kunnen komen. Daarnaast is het ook handig om goed op de hoogte te zijn van elkaars culturele achtergronden zodat er goed met elkaar gecommuniceerd kan worden.

Bekijk de video. Kun je een aantal wereldtalen noemen?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

Wat ga ik doen?

Activiteiten
De activiteiten in deze opdracht dragen bij tot het volgende leerdoel:
Je kunt uitleggen dat taal en communicatiemiddelen essentieel zijn in de communicatie wereldwijd, als onderdeel van globalisering.

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je leert over het belang van elkaars taal spreken om internationaal te kunnen communiceren en zaken te doen. Je bekijkt een video en beantwoordt een vraag. Je beantwoordt een vraag over de voertaal tijdens verdragsonderhandelingen.
Stap 2 Je leest over de moderne en snellere technologieën van communicatie. Je beantwoordt vragen hierover.
Stap 3 Je leest over de voordelen van een kleiner wordende digitale kloof. Je kiest een situatie en geeft uitleg wat deze met globalisering te maken heeft.
Stap 4 Je leest over het belang en de verschillen in interculturele en non-verbale communicatie. Je bekijkt een video en beantwoordt er vragen over.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippen De begrippen gaan over communicatie en globalisering.
Eindopdracht Je schrijft een verhaaltje over 'Het gat in de muur'  met als doel anderen enthousiast te maken en te activeren.
Extra opdracht Je speelt met klasgenoten twee scenes over (mis)communicatie tijdens een gesprek op afstand over een stageplaats. Je schrijft ook een bijlage over de gespeelde scenes.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.



Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Internationaal communiceren

Er zijn veel definities van globalisering maar allemaal bevatten ze een begrip van ‘internationale communicatie’.
Globalisering betekent ook dat mensen wereldwijd steeds vaker en sneller met elkaar in verbinding staan door elkaars taal te spreken of met behulp van moderne communicatiemiddelen.

Er zijn naar schatting ruim 6000 talen op de wereld. Het vermoeden is dat de talen ooit zijn ontstaan uit een gemeenschappelijke taal. Door diverse gebeurtenissen in de geschiedenis zijn talen uit elkaar gegroeid en is er een grote verscheidenheid ontstaan.
Vaak lopen talen in elkaar over, net zoals kleuren in elkaar overlopen. Het Zuid-Afrikaans heeft in die zin wel wat van het Nederlands weg, het Portugees heeft zich uit het Spaans ontwikkeld.
Politieke verbrokkeling, koloniale verhoudingen en sociaal isolement zijn allemaal redenen waarom talen zich in op hun eigen manier hebben ontwikkeld.

Enkele talen worden internationaal gebruikt. Deze talen zijn verspreid over grote gebieden (landen en/of werelddelen).
Denk aan: Arabisch, Chinees, Engels, Duits, Frans, Hindi, Japans, Maleis, Portugees, Russisch, Spaans en het Swahili.
Deze talen worden supercentrale talen genoemd en hebben meer dan 100 miljoen sprekers.

Boven op deze supercentrale talen is er een hypercentrale taal: het Engels. Het Engels vormt het middelpunt van het wereldtalenstelsel.
Door Engels te spreken, kunnen bijna alle mensen over de hele wereld met elkaar communiceren.
Dit komt omdat Groot-Brittannië ooit een grote koloniale macht was en overal in dat grote Britse Rijk de taal heeft achtergelaten.
In veel voormalige koloniën is het Engels nog steeds de voornaamste (ambtelijke en bestuurlijke) taal.
Daarnaast spelen de Verenigde Staten hierin een grote rol. De VS zijn op dit moment de leidende natie wereldwijd.
En de officiële taal van de VS is het Engels.

Sinds de 20e eeuw is internationaal zaken doen en communiceren niet meer weg te denken.
Denk bijvoorbeeld aan transportbedrijven, banken en financiële instellingen, studenten die internationale opleidingen doen of stage lopen in het buitenland, non-profitorganisaties die hulp verlenen in ontwikkelingslanden en natuurlijk de internationale overheidsinstellingen als de Europese Unie en de Verenigde Naties.
Ze moeten zich allemaal op de een of andere manier verstaanbaar maken en elkaar kunnen begrijpen.
Omdat Engels de hypercentrale taal is geworden, verloopt de meeste communicatie en correspondentie in het Engels.

Stap 2: Communicatie technologieën

Met de uitvinding van de telefoon en satelliet werd het mogelijk om informatie over grote afstanden uit te wisselen. Met de toename van de welvaart nam ook het gebruik van de (vaste) telefoon toe.
Voor vaste telefonie moeten er kabels getrokken worden van de telefoontoestellen naar telefooncentrales en dat was voor veel ontwikkelingslanden (te) duur.
In ontwikkelde landen als Nederland en de Verenigde Staten van Amerika was het hebben van een vaste telefoon normaal, in de armste landen van de wereld niet.

Mobiele telefoonlijnen

In 1993 werd het GSM-netwerk (Global System for Mobile Communications) ontwikkeld. Met het GSM-netwerk werd mobiele telefonie bereikbaar én betaalbaar voor veel mensen.
Veel ontwikkelingslanden hebben een ware inhaalslag gemaakt en de fase met vaste telefonie min of meer overgeslagen. Hoewel het aantal mobiele telefoonverbindingen in ontwikkelingslanden nog achterloopt op dat in rijke landen als Nederland en de Verenigde Staten, is de kloof kleiner geworden.

Percentage internetgebruikers in 2015.
Bron: Wikipedia.

Internet

Een ander modern communicatiemiddel sinds 1993 is internet. In dat jaar werd het internet opengesteld voor bedrijven en particulieren. ​Als je kijkt naar de groei van het aantal mobiele telefoons en internetverbindingen kun je zeggen dat de mogelijkheden tot wereldwijde communicatie enorm zijn toegenomen.

Het is een grote stimulans voor het uitbreiden van het aantal landen en regio’s dat deel uitmaakt van de wereldwijde handel, voor globalisering.
 

Beter, sneller, wereldwijd én goedkoper
Met de ontwikkeling van de draadloze GSM-netwerken behoort deze vorm van moderne communicatie voor iedereen tot de mogelijkheden, ook voor de arme kleine boer diep in de binnenlanden van Afrika of Azië.
Microprocessors en randapparatuur kunnen steeds meer en digitale communicatie gaat steeds sneller. Voor de eerste internetverbindingen had je een modem nodig waarmee je met analoge telefoons moest inbellen. In 1995 was de snelste verbinding 56 Kbps (kilobits per seconde).
Inmiddels beschikken we in Nederland over een snelle internetverbinding van 4G (100 Mbps) en is 5G in ontwikkeling. Bekijk ook de pagina over downloadsnelheden en frequenties op Wikipedia.

Ook het bedrijfsleven heeft veel profijt van moderne communicatiemiddelen en snelle verbindingen.
Voor fabrieken is het volgen van hun productieproces, zelfs vanaf de andere kant van de wereld, goed te volgen.
Een hoofdkantoor in bijvoorbeeld Amsterdam kan via internet en videoconferenties makkelijk met de managers van een fabriek in Kenia nieuwe ideeën bespreken.
Daarnaast kan een bedrijf telecomdiensten outsourcen naar lagelonenlanden.

Stap 3: Digitale kloof wordt kleiner

Als in een land moeders sterven bij de geboorte van hun kind omdat er onvoldoende medische hulp aanwezig is; als in een land kinderen doodgaan aan eenvoudig te genezen ziektes als diarree die ze hebben opgelopen door vervuild drinkwater; als in een land mensen in ongezonde krottenwijken wonen, omdat ze een normaal dak boven hun hoofd niet kunnen betalen, dan lijkt toegang tot moderne communicatiemiddelen als mobiele telefoons en internet minder belangrijk. Maar niets is minder waar!

Met computers en mobiele telefoons kunnen mensen van elkaars ervaringen leren; ze kunnen voorkomen dat fouten steeds opnieuw gemaakt worden of dat ze belangrijke informatie missen.
Het gebruik van moderne communicatiemiddelen houdt mensen op het platteland op de hoogte van prijzen op de wereldmarkt zodat ze hun producten voor een betere prijs kunnen verkopen.
Internet kan het onderwijs verbeteren door lesmateriaal online beschikbaar te maken voor een grotere groep mensen. Internet kan lokale artsen op de hoogte houden van medische ontwikkelingen.

Stap 4: Interculturele communicatie

Als Jan uit Nederland en Tam uit Thailand allebei goed Engels spreken, maar zich niet in elkaars culturen verdiepen, is de kans op miscommunicatie groot. Elkaar verstaan is niet hetzelfde als elkaar begrijpen. Daarvoor moet je ook elkaars culturele achtergronden kennen en je kunnen inleven in de ander.
Dat noemt men interculturele communicatie. In de communicatie met elkaar houd je rekening met elkaars cultuur, elkaars gewoonten en gebruiken.

Een grote valkuil in de communicatie met andere culturen is het verkeerd interpreteren van signalen. Elke cultuur heeft zijn symbolen, regels, normen en waarden. Als je die niet kent is de kans op misverstanden levensgroot.

Cultuurverschillen komen ook duidelijk aan de oppervlakte in het gebruik van context. Met context is bedoeld ‘alles waarbinnen een boodschap of mededeling betekenis krijgt’.

Laag-context communiceren vind je vooral in Noord- en Midden-Europa, de VS, Australië en Nieuw Zeeland en Canada. Hoog-context communiceren vind je in meer of mindere mate in de rest van de wereld. Vooral de Aziatische en Arabische culturen zijn er goed in.
Voor mensen uit laag-context culturen is het moeilijk om subtiele signalen van hoog-context communicatie te interpreteren. Dit is een vaardigheid die van jongs af aan in hoog-context culturen wordt geoefend. Mensen in laag-context culturen hebben die oefening niet. Hierdoor missen zij in gesprekken met mensen uit hoog-context culturen, zeker als ze elkaar net kennen, veel van de informatie.

Non-verbale communicatie in verschillende culturen
Culturele verschillen in lichaamstaal komen in een grote verscheidenheid voor, zoals een fysieke aanraking, de conversatieafstand tussen mensen, interacties tussen mensen van hetzelfde geslacht, interacties tussen mensen van het andere geslacht, enz. Veel culturen heb zo hun eigen lichaamstaal of specifieke gebaren of handelingen.

Sommige culturen zijn bijvoorbeeld zeer expressief als het gaat om fysieke aanraking. Zoals in Italië, waar een knuffel en een kus op beide wangen wordt beschouwd als een gemeenschappelijke en aanvaardbare begroeting, terwijl in Japan een begroeting uit een buiging bestaat en men elkaar helemaal niet aanraakt.
Iedereen die naar een ander land reist – of dat nu voor zaken of plezier is – moet iets weten over lichaamstaal. In de zakelijke wereld kan verkeerde lichaamstaal een deal vrij snel tenietdoen. En in het algemeen kan verkeerde lichaamstaal leiden tot vijandige en zelfs gevaarlijke situaties.

In je eigen omgeving is er ook diversiteit. Je kunt het bijvoorbeeld fijn vinden om alles heel subtiel te communiceren, terwijl je klasgenoot juist de dingen het liefst recht voor z’n raap communiceert. Als je dit van elkaar weet en accepteert, is het veel makkelijker samen een opdracht te maken.
Dit werkt hetzelfde bij communicatie tussen mensen van verschillende culturen.

Afronding

Begrippen

Globalisering/mondialisering
Op economisch, cultureel en politiek gebied is de wereld door de ontwikkelingen, op onder andere het gebied van vervoer, de afgelopen jaren steeds kleiner geworden.

Interculturele communicatie
Het begrijpen van verschillende culturen, talen en gebruiken van een bepaald land om beter met elkaar te communiceren.

Hoge context cultuur
In een hoge context cultuur wordt indirect en impliciet gecommuniceerd. Hier komt vaak veel achtergrondinformatie bij kijken.

Lage context cultuur
In een lage context cultuur wordt direct en expliciet gecommuniceerd.

Non-verbale communicatie
Elke vorm van uitwisseling van boodschappen tussen mensen of levende wezens via niet-talige signalen of tekens 'zonder woorden'.

Eindopdracht: Het gat in de muur

De computerkiosken in India zijn opgezet door Sugata Mitra. Hij bedacht de eerste kiosk in Madangir en noemde zijn project ‘Het gat in de muur’. Er zijn al meer dan honderd kiosken in sloppenwijken en plattelandsdorpen.
Het grote succes van het project zit hem vooral in het feit dat kinderen in staat zijn zichzelf, in groepsverband, allerlei vaardigheden aan kunnen leren. En dat zonder tussenkomst van onderwijzers.

Stel, je bent journalist in een naburig ontwikkelingsland. Je schrijft een artikel over ‘Het gat in de muur’ in de hoop dat anderen net zo enthousiast raken en het voorbeeld willen overnemen. In maximaal een half A4'tje schrijf je een duidelijk verhaaltje.
Hoe je een artikel schrijft, lees je in de gereedschapskist.

Klaar?
Lees je artikel nog even door. Heb je voldoende uitgelegd wat 'het gat in de muur' inhoudt?
Heb je het zo geschreven dat de lezer er enthousiast door kan raken en het een goed plan vindt?

Beoordeling
Het krantenartikel laat je beoordelen door de docent.
Hij of zij let bij de beoordeling op:
 

Artikel schrijven

Een artikel is een goede manier om informatie te presenteren of een gebeurtenis te beschrijven.

 

Extra opdracht: Script scène

Als eindproduct speel je met een klasgenoot twee scènes. In overleg met je docent  worden de scènes opgenomen of geef je een live voorstelling in de klas.

De situatie is als volgt:
Een Nederlandse student wil een stageplaats bij een bedrijf in een land met een hoge context cultuur. Daar wordt anders gecommuniceerd dan de student hier gewend is.

In de scene boots je een kennismakingsgesprek na tussen de student en een medewerker van dat bedrijf. Het gesprek vindt plaats in het Engels. Beide gesprekspartners zitten nog in hun eigen land. Er wordt dus op een andere manier gecommuniceerd dan face to face, bijvoorbeeld via Skype.

Een scene duurt tussen de 5 en 10 minuten.
NB. Je wordt niet beoordeeld op je Engels en acteertalent!

In de scènes laat je in ieder geval zien:


​De cultuurverschillen die je uitdrukt in de scène mogen verzonnen zijn. Gebruik er minimaal twee.

Daarnaast schrijf je in een bijlage hoe je de scènes hebt voorbereid en gespeeld.
In de bijlage beschrijf je in ieder geval:

Toneelstuk maken

In een toneelstuk worden drama en actie met elkaar gecombineerd en heb je te maken met personages en taal.

 

Terugkijken

Intro

Kan ik wat ik moet kunnen?

Hoe ging het?