Global shift

Global shift

Intro

Een eeuw geleden kwam het grootste deel van al onze benodigdheden uit Nederland. Denk hierbij aan schoenen, kleding, apparaten en voedselproducten. Het werd hier geproduceerd.

Vanaf halverwege de 20e eeuw importeren we steeds meer vanuit het buitenland. Het is een gevolg van het verschuiven van economische activiteiten.

In deze opdracht gaat het over de positieve en negatieve gevolgen daarvan.

Welke producten die in het buitenland worden gemaakt gebruik jij? Noem twee voorbeelden.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

Aan de slag

Stap 1: Nederland en het buitenland

Op een parkeerplaats als deze staan
auto's uit verschillende landen bij
elkaar.

Bestudeer de Kennisbank over de internationale arbeidsverdeling.

Internationale arbeidsverdeling


Begin vorige eeuw werden de meeste producten die we nodig hadden vlakbij huis (lokaal) geproduceerd. Sinds de 17e eeuw is er een wereldwijde handel ontstaan en kwamen grondstoffen en halffabricaten al uit de koloniën en werden eindproducten geëxporteerd. Toch werd het grootste deel van onze producten nog hier gemaakt.
Vooral vanaf de tweede helft van de 20e eeuw ging de ontwikkeling van de internationale arbeidsverdeling snel.

De koopwaar die nu in de winkels ligt, heeft in veel gevallen een lange reis achter de rug. Sterker nog, samengestelde producten zoals elektronica, fietsen of auto’s zijn gemaakt van onderdelen die in alle hoeken van de wereld worden geproduceerd en in elkaar gezet. Daarna worden ze hier ingevoerd.

Maak de oefening.

Stap 2: Verschuiving van productie

De verandering in de werkgelegenheid in Nederland is veroorzaakt door verplaatsing van een groot deel van de maakindustrie uit Nederland naar andere landen, vooral naar Azië.

Deze verschuiving treft niet alleen Nederland. Ook vanuit andere Europese landen en vanuit de Verenigde Staten zijn behoorlijk veel economische activiteiten verplaatst.
Die verschuiving van productie en andere economische activiteiten noemt men global shift.

Door global shift is bijvoorbeeld de textielindustrie in Twente en rond Tilburg in de tweede helft van de vorige eeuw bijna helemaal verdwenen. Maar ook andere bedrijfstakken hebben hun productie verplaatst waarmee veel werkgelegenheid uit Nederland is verdwenen.

Bedrijven die hun productie uit Nederland verplaatsen doen dat om de volgende redenen:

​Global shift wordt in de hand gewerkt omdat de wereldhandel, mede dankzij de Wereldhandelsorganisatie WTO, steeds vrijer wordt. Het wordt steeds gemakkelijker om producten die in land A gemaakt worden, te verhandelen in land B of C. Ook het transport is vooral in de tweede helft van de 20e eeuw sneller, beter en goedkoper is geworden.

    Stap 3: Positief en negatief

    Positieve en negatieve gevolgen

    De globalisering van handel en productie maakt dat we in Nederland kunnen kiezen uit een overvloed aan goedkope etenswaren, kledingstukken, elektrische apparaten, enzovoort, uit vele landen.
    Bovendien helpen we veel mensen in die landen aan werk door in Nederland van die goedkope producten te kopen.

    Bekijk de video's.
    Herken je het logo van Fair trade? Waar kom je het vaak tegen?

     

    Maar global shift heeft ook negatieve gevolgen.


    Aan die negatieve gevolgen is wat te doen. Het moet voor bedrijven weer aantrekkelijker worden om in hun eigen land te produceren en werk terug te halen naar Nederland. Dat is ook gunstiger voor de werkgelegenheid in Nederland.

    Waardoor is het goedkoper om in Nederland te produceren? Enkele voordelen:

    Een ander initiatief komt uit de landbouwsector: producten eten in het teeltseizoen; dat is goedkoper en minder milieubelastend (minder energiekosten dan gekweekte groenten uit kas).

    Ten slotte moeten we meer “eerlijke” artikelen kopen in winkels. Dat zijn artikelen die gemaakt zijn voor een eerlijk loon en bij bedrijven die het milieu niet of nauwelijks vervuilen.
    Deze artikelen zijn herkenbaar aan een keurmerk zoals het FSC-keurmerk (voor eerlijk hout) of het Fair Trade-keurmerk van Max Havelaar.

    Afronding

    Begrippen

    Internationale betrekkingen

    Internationale arbeidsverdeling
    Verdeling van het maken van producten over verschillende landen.

    Internationale concurrentie (positie)
    Het vermogen om beter en/of goedkoper te kunnen produceren dan de buitenlandse concurrenten.

    Protectionisme
    Maatregelen die een land kan nemen om de bedrijven in dit land te beschermen tegen internationale concurrentie.

    Europese Unie
    Een vereniging van Europese landen die er samen voor zorgen dat alles binnen deze Unie eerlijk verloopt.

    Vrijhandel
    Als twee of meer landen afspreken alle handelsbelemmeringen af te schaffen kunnen producten tussen deze landen ongehinderd geïmporteerd of geëxporteerd worden.

    Import
    Het invoeren van goederen of diensten in een land.

    Export
    Het uitvoeren van goederen of diensten uit een land.

    Globalisering/Mondialisering
    Op economisch, cultureel en politiek gebied is de wereld door de ontwikkelingen, op onder andere het gebied van vervoer en communicatie, de afgelopen jaren steeds kleiner geworden.

    Massaproductie
    De productie van grote hoeveelheden standaardproducten (dezelfde producten).

    Multinational
    De naam voor een bedrijf die zowel goederen als diensten in meerdere landen produceert en verkoopt.
    Afzetmarkt
    Het gebied waarin de bedrijven en consumenten zijn gevestigd die een product willen kopen.
    Schaalvergroting
    Het groeien van bedrijven om op die manier de productiekosten te verlagen en de opbrengsten te verhogen.
    Innovatie
    Innovatie of vernieuwing heeft betrekking op nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen.
    Global shift
    De verschuiving van economische zwaartepunten en activiteiten over de wereld als gevolg van economische schaalvergroting.

    Eindopdracht A: Toets

    Als eindopdracht A maak je een toets.
    De toets bestaat uit een aantal meerkeuzevragen.

     

     

     

    EINDE OPDRACHT