Demografische transitie

Demografische transitie

Intro

In 1800 leefden er ongeveer een miljard mensen op aarde.
In het begin van de 20e eeuw waren dat er twee miljard, in 1959 drie miljard, in 1999 zes miljard, in 2011 zeven en in 2023 acht miljard.

De wereldbevolking is in de 20e eeuw explosief gegroeid.
Het is nog maar de vraag of de groei ook in deze eeuw doorzet.

Bekijk de video, waarin je kunt volgen hoe de wereldbevolking in 2000 jaar tijd is gegroeid. Ook zie je de groeiverwachting tot het jaar 2100.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

Aan de slag

Stap 1: Nederland

Bestudeer alle eerste drie pagina's van de Kennisbank over omvang van de bevolking.
Bekijk ook de video in de Kennisbank.

Omvang bevolking

Lees de tekst en beantwoord daarna de vragen.

De situatie in Nederland
Tot in de eerste helft van de 20e eeuw was er veel armoede in Nederland. Vanwege de armoede hadden mensen niet genoeg te eten en was er geen geld voor de dokter. Het gevolg was dat de sterfte hoog was, vooral onder kinderen. Omdat kinderen voor mensen ook een oudedagsvoorziening waren, had de hoge kindersterfte ook een hoog geboortecijfer tot gevolg. In die tijd had het Rijk nog niet de sociale voorzieningen geregeld zoals we dat nu kennen. Mensen kregen bijvoorbeeld nog geen uitkering als ze met pensioen gingen.

Vanaf 1950 verbeterden de leefomstandigheden, de gezondheidszorg en hygiëne, waardoor het sterftecijfer afnam. Het geboortecijfer bleef nog hoog zodat er een groot geboorteoverschot ontstond en dus ook een forse natuurlijke bevolkingsgroei.

Vanaf 1970 ging het geboortecijfer sterk omlaag. Waren eerst gezinnen van vier, vijf of meer kinderen heel normaal, na 1970 hadden veel gezinnen maar twee kinderen. Hierdoor werd het geboorteoverschot kleiner, waardoor de natuurlijke bevolkingsgroei afnam.
Nederland kreeg een algemeen ouderenpensioen (Algemene Ouderdomswet: AOW), waardoor een groot kindertal niet langer nodig was als voorziening voor de oude dag.
Heel belangrijk in deze ontwikkeling is de beschikbaarheid van anticonceptie geweest. Door de uitvinding van ‘de pil’ in 1965 werd het mogelijk zwangerschap te plannen en zelf te bepalen of en hoeveel kinderen je wilt.

 

Stap 2: Marokko

Lees de volgende tekst en beantwoord daarna de vraag.

Minder kindersterfte in Marokko
Voor 1983 waren in Marokko het geboortecijfer en het sterftecijfer hoog. In die periode leefde maar een kleine groep mensen in welvaart. Armoede kwam op grote schaal voor, vooral in krottenwijken bij grote steden en in plattelandsgebieden in het zuiden, waar de bodem niet zo vruchtbaar is.

Waar veel armoede is, is ook de sterfte hoog, vooral onder kinderen. Bij een hoge kindersterfte zie je doorgaans een hoog geboortecijfer. Ook in Marokko waren mensen op hun oude dag afhankelijk van de ondersteuning door hun kinderen.

Vanaf 1983 deelde het sterftecijfer, vooral onder kinderen. Dat kwam op de eerste plaats door de toenemende welvaart in het land. Daardoor kwam goede gezondheidszorg en goed eten beschikbaar voor meer mensen. Het was in de tweede plaats het gevolg van een betere aanpak door de Marokkaanse regering van de kindersterfte. Zo kregen steeds meer vrouwen tijdens een bevalling hulp van een goede verloskundige waardoor er minder kinderen en moeders stierven tijdens of kort na de bevalling. Ook werden na 1983 steeds meer Marokkaanse kinderen ingeënt tegen ziekten als difterie en kinderverlamming.
Na 1983 daalde ook het geboortecijfer. Toenemende welvaart doet de behoefte aan kinderen afnemen.

 

Stap 3: China

Lees de tekst.

Eenkindpolitiek China
Tot 1978 was China een land met een hoog sterftecijfer en een nog hoger geboortecijfer. De bevolking groeide in hoog tempo, vooral na de Tweede Wereldoorlog, toen het sterftecijfer sterk terugliep.
Na 1979 nam de natuurlijke groei van de Chinese bevolking af vanwege afname van het geboortecijfer. In dat jaar startte China onder de toenmalige leider Deng Xiaoping met de roemruchte eenkindpolitiek. Het was een streng beleid om de groei van de Chinese bevolking af te remmen en zo laag mogelijk te houden.


Echtparen in stedelijke gebieden mochten van de regering maar één kind nemen. Wie nog een tweede kind wilde, kreeg een boete en moest flink betalen aan de overheid. Boeren op het platteland mochten een tweede kind nemen als het eerste kind een meisje is of een lichamelijke beperking had.

Door de toegenomen rijkdom in China daalde het vruchtbaarheidscijfer en kwam er vanuit de Chinese bevolking steeds meer verzet tegen de eenkindpolitiek. Op 29 oktober 2015 werd in het nieuwe vijfjarenplan van China aangekondigd dat de eenkindpolitiek volledig zou worden afgeschaft om verdere vergrijzing van het land te voorkomen en het tekort aan arbeidskrachten te verlichten.


Volgens de Chinese regering zou China na de eeuwwisseling 1,6 of misschien wel 1,7 miljard inwoners hebben gehad in plaats van 1,3 miljard als er geen eenkindpolitiek is geweest. Of dat waar is, valt moeilijk te zeggen, want de natuurlijke groei van de Chinese bevolking is na 1978 ook afgenomen door de toename van welvaart. Welvaart doet de natuurlijke bevolkingsgroei op dezelfde manier afnemen als in Nederland en Marokko. De toename van de welvaart in China is te danken aan hervormingen die de machthebbers doorvoerden in de Chinese economie.

Bekijk de video over de plannen voor het destijds afschaffen van de eenkindpolitiek.
China had er (in het geheim) al een experiment mee gedaan, om de mogelijke (positieve) gevolgen in te schatten.
In 2015 besloot de Chinese regering de eenkindpolitiek definitief los te laten.

 

 

Stap 4: India

Lees de tekst over de bevolkingspiramide van India.

India’s piramide
India heeft een hoog geboorte- en sterftecijfer. De bevolkingspiramide lijkt op een piramide.
In India leeft een kleine maar snel groeiende groep in welvaart, maar er is nog veel armoede, vooral in het noordoosten van het land. Waar veel armoede is, sterven veel mensen, met name kinderen. En dat heeft weer een hoog geboortecijfer tot gevolg.

Om de bevolkingsgroei in India af te remmen, voert de overheid campagne om mensen ertoe te brengen minder kinderen te nemen. Niet alleen krijgen mensen voorlichting over hoe ze zwangerschap kunnen voorkomen, ook krijgen ze toegang tot de pil en andere voorbehoedsmiddelen. Vanaf 1970 stimuleerde de regering mannen om zich te laten steriliseren (onvruchtbaar maken), maar dat stuitte op grote weerstand onder de bevolking, zodat er weinig van terechtkwam. De overheidscampagnes bereiken slechts een klein deel van de bevolking want er zijn veel analfabeten in India.

Naast de genoemde campagnes probeert de Indiase regering de kindersterfte aan te pakken. Grootschalige inentingscampagnes tegen polio en tuberculose hebben effect. Tussen 1990 en 2012 is het aantal kinderen dat sterft voor ze vijf jaar oud zijn gehalveerd. En sinds begin 2014 is het land officieel poliovrij.

Klik hier voor de laatste cijfers van India op het gebied van zuigelingensterfte.

Net als China heeft India een scheve geslachtsverhouding. Op elke 1070 jongens worden 1000 meisjes geboren: 1.07: 1. Dat is iets meer dan in Europa, waar op 1050 jongens 1000 meisjes geboren worden. Voor een deel is de geslachtsverhouding toe te schrijven aan het feit dat veel mensen liever zoons dan dochters hebben. Zoons krijgen vaak betere zorg dan dochters. Daardoor heb je als pasgeboren jongetje in India meer kans om ten minste vijf jaar te worden dan als pasgeboren meisje.

Stap 5: Demografische transitie

Een overgang in fasen
De natuurlijke groei van de bevolking vertoont in steeds meer landen dezelfde ontwikkeling als in Nederland.
Naarmate de welvaart toeneemt zie je de geboorte- en sterftecijfers na verloop van tijd dalen.
Die overgang van hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage heet demografische transitie.

Zo’n transitie gaat niet ineens, maar kent een aantal fasen.


Fase 1
Sterftecijfer en geboortecijfer zijn ongeveer even hoog. Hierdoor groeit de bevolking nauwelijks.
Veel kinderen werden geboren, die nodig waren om later mee te helpen geld te verdienen.
Er was nog geen geboorteplanning in die tijd. Het sterftecijfer was hoog, door veel ziekten, hongersnoden, slechte hygiëne, etc.

Fase 2
Sterftecijfer neemt af, maar het geboortecijfer blijft hoog. De bevolking groeit harder.
Hygiëne, zorg en medische kennis verbeterden sterk. Dit zorgde ervoor dat er minder mensen stierven.

Fase 3
Het geboortecijfer neemt af, het sterftecijfer blijft laag.
De bevolkingsgroei neemt af. Er waren minder kinderen nodig om aan het werk te gaan.

Fase 4
Sterftecijfer daalt niet meer. Geboortecijfer gaat in de richting van het sterftecijfer.
Er is nauwelijks sprake van bevolkingsgroei door betere geboortebeperking, de verbeterde positie van de vrouw (werk, carrière).
Bovendien trouwen mensen op latere leeftijd.

Fase 5
In deze (toekomstige) fase is het aantal geboorten lager dan het aantal sterfgevallen. De bevolking neemt in omvang af.
In deze fase wordt voor het eerst een sterfteoverschot verwacht. Door vergrijzing stijgt de gemiddelde leeftijd en het aandeel wat ouderen in de bevolking hebben.

Met de demografische transitie kun je beschrijven waarom de wereldbevolking in de toekomst mogelijk gaat afnemen.
In het begin van de zestiger jaren groeide de wereldbevolking met 2,2%, in 2009 nog maar met 1,1%. In 2050 met ....

Afronding

Begrippen

Omvang bevolking

Natuurlijke bevolkingsgroei
Het aantal geboorten min het aantal sterfgevallen, oftewel het saldo van het aantal geboorten en sterfgevallen.
Geboortecijfer
Het aantal geboorten per 1.000 inwoners.
Sterftecijfer
Het aantal sterfgevallen per 1.000 inwoners.
Geboorteoverschot
Wanneer er meer mensen worden geboren dan er sterven. Berekend over een jaar.
Sterfteoverschot
Wanneer er meer mensen sterven dan er worden geboren. Berekend over een jaar.
Migratie(stroom)
Het verhuizen van het ene naar het andere gebied binnen een land (binnenlandse migratie) of van het ene naar het andere land (buitenlandse migratie).
Immigratie
Iemand komt een land of gebied binnen om er zich te vestigen.
Emigratie
Iemand vertrekt uit een land of een gebied om zich elders te vestigen.
Gezinshereniging
Hiervan is sprake wanneer een persoon zijn of haar partner (en/of kinderen) laat overkomen naar het vestigingsland.
Demografische transitie
Veranderingen in het aantal geboortes en het aantal sterfgevallen over een langere periode.
Vestigingsfactor (pullfactor)
Positieve reden om naar een gebied te verhuizen (ook wel pull factor genoemd).
Vertrekfactor (pushfactor)
Negatieve reden om uit een gebied te vertrekken (ook wel push factor genoemd).
Leeftijdsopbouw
De verdeling van de bevolking in cohorten (leeftijdsgroepen van meestal 5 jaren).
Bevolkingspiramide
Een overzicht van de leeftijdsopbouw van de bevolking verdeeld in mannen en vrouwen.
Vergrijzing
Vergrijzing houdt in dat het aandeel ouderen in de totale bevolking toeneemt, waardoor de gemiddelde leeftijd van de bevolking toeneemt.

Eindopdracht A: Toets

Voor je begint aan de afsluiting maak je de toets 'Demografische transitie'.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen.

Als je alle vragen beantwoord hebt, zie je je score.
Je krijgt van de vragen die je fout hebt, het goede antwoord te zien.

 

 

 

 

EINDE OPDRACHT