Er zijn meerdere periodes geweest waarin mensen massaal van het platteland naar de steden trokken. Dit urbanisatieproces gaat nog steeds door.
Meer en meer mensen wonen in miljoenensteden. In ontwikkelingslanden is dat maar al te vaak een woning in een krottenwijk aan de rand van zo’n stad. Hoe lang en hoever zal dat urbanisatieproces nog doorgaan?
In Nederland is het aantal inwoners de afgelopen 50 jaar bijna verdrievoudigd. Waar wonen al deze mensen? Bijna de helft woont in de Randstad bijvoorbeeld in Vinex-wijken of in oude stadswijken die na renovatie weer leefbaarder zijn geworden.

Aan het eind van deze opdracht kan ik:
Activiteiten
De activiteiten in deze opdracht dragen bij tot het volgende leerdoel:
Je kunt uitleggen dat er een golfbeweging is geweest van de dorpen naar de steden; van de steden weer terug naar de dorpen en weer terug naar de steden; nu naar nieuwe of gerenoveerde stadswijken en –centra;
| Aan de slag | ||
| Stap | Activiteit | |
| Stap 1 | ![]() |
Je leert iets over de urbanisatiegraad in ontwikkelingslanden. Je maakt een infographic. |
| Stap 2 | ![]() |
Je leert over mechanisatie van de landbouw en wat de gevolgen zijn. Je leert ook dat mechanisatie gelijk opgaat met industrialisatie. Je kunt uitleggen wat urbanisatie is. Je beantwoordt een vraag erover. |
| Stap 3 | ![]() |
Je leert over grote steden, agglomeraties, mega- en gigasteden en bekijkt een wereldwijde top 10 van deze steden. Je leert dat wonen in zulke steden problemen met zich meebrengt. Je beantwoordt een vraag over grote steden. |
| Stap 4 | ![]() |
Je leert hoe krottenwijken zijn ontstaan en hoe de leefsituatie daar is. Je beantwoordt een vraag over segregatie. |
| Stap 5 | ![]() |
Je leert over de gevolgen van het ruimtegebrek in Nederland, met name in de Randstad. Je leert wat suburbanisatie is, hoe Vinex-wijken zijn ontstaan en waarom werd overgegaan tot stadsvernieuwing. Je beantwoordt er vragen over. |
| Afronding | ||
| Onderdeel | Activiteit | |
| Begrippen | ![]() |
De begrippen gaan over urbanisatie. |
| Eindopdracht A | ![]() |
Kies je voor opdracht A: dan maak je de toets over urbanisatie. |
| Eindopdracht B | ![]() |
Kies je voor opdracht B: dan maak je een journaal-item over urbanisatie en presenteert het aan de klas. |
| Terugkijken | ![]() |
Terugkijken op de opdracht. |
Benodigdheden
Geen bijzonderheden.
Tijd
Voor de opdrachten bij dit onderwerp heb je ongeveer 2 uur nodig.
In de steden is er meer werkgelegenheid en welvaart. Wereldwijd gaan dan ook steeds meer mensen in steden wonen.
In ontwikkelingslanden is de urbanisatiegraad (het percentage van de bevolking dat in de steden woont) het laagst. Maar het urbanisatietempo (de snelheid waarmee de stedelijke bevolking groeit) ligt er veel hoger dan in de welvarende landen.
Hierdoor stijgt de urbanisatiegraad in ontwikkelingslanden snel.
|
|
Infographic makenEen infographic is een tekening of foto (in combinatie met tekst) die informatie geeft over een bepaald onderwerp. |
|
We kunnen ons het werk in de landbouw niet voorstellen zonder het gebruik van tractoren en andere machines. De eerste tractor kwam pas aan het eind van de 19e eeuw in Nederland.
Pas na de Tweede Wereldoorlog gingen boeren massaal die nieuwe machines gebruiken voor het zaaien, planten, poten, wieden en oogsten. Tot die tijd hadden de boeren hulp van landarbeiders, boerenknechten en trekdieren.
Het proces waarbij machines landarbeiders en trekdieren in de landbouw vervangen noemen we mechanisatie.
Bestudeer de pagina over industrialisatie en mechanisatie in de Kennisbank.
![]() |
Industrialisatie, mechanisatie en urbanisatie |
Bekijk de video om een indruk te krijgen van de oude land- en tuinbouwmachines uit die tijd.
Door de mechanisatie verloren veel landarbeiders en boerenknechten hun werk. Ze vertrokken naar de steden om daar werk te zoeken in de fabrieken. De mechanisering in de landbouw gaat gelijk op met de industrialisatie, de overgang van ambachtelijk werken naar machinaal werken in fabrieken in de steden.
Het zwaartepunt van het werk verschoof daarmee van het platteland naar de stad. Steeds meer mensen trokken daarom naar de steden. Een proces dat je aanduidt met de term urbanisatie of verstedelijking.
Dat proces ging door en in 2007 was, voor het eerst in de geschiedenis, het aantal stadsbewoners wereldwijd groter dan het aantal mensen op het platteland.
Zoals je in de grafiek kan zien behoort Nederland tot de landen die sterk verstedelijken.

Grote steden en primate cities
In de meeste ontwikkelingslanden zijn, net als in westerse landen, door de snelle groei nu al primate cities ontstaan. Een primate city is een stad die qua inwonertal veel groter is en economisch, politiek en cultureel van groter belang is dan de andere steden in het land of de regio. De meest vooraanstaande steden zijn megasteden.
Meestal is zo’n stad de hoofdstad van het land, met een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en mensen. Denk hierbij aan Bangkok, Caïro, Jakarta, Mumbai, Shanghai, Rio de Janeiro of Mexico City.
Bedrijven geven vaak de voorkeur aan deze grote steden en daardoor trekken steeds meer mensen er naar toe. Dat zet de leefbaarheid in deze steden onder druk.
Agglomeraties en megasteden
In Nederland is de stad met de meeste inwoners Amsterdam (ruim 860.000 inwoners). Het stedelijk gebied houdt zich niet aan de gemeentegrenzen van Amsterdam. Amsterdam gaat naadloos over in Amstelveen en ook Hoofddorp, Haarlem, IJmuiden en Zaandam zijn naar Amsterdam toegegroeid. Zo’n stedelijk gebied met aan elkaar geschakelde steden noemen we een agglomeratie.
Bestudeer in de Kennisbank de pagina over agglomeratie en wereldsteden.
![]() |
Agglomeratie en wereldstad |
Er zijn in de wereld tussen de 25 en 30 agglomeraties met meer dan 10 miljoen inwoners. Een andere naam voor zo’n (aaneengeschakelde) stad met meer dan 10 miljoen inwoners is metropool of megastad (mega = groot in het Grieks). De agglomeratie Tokio telt 38,2 miljoen inwoners, dat zijn meer inwoners dan alle inwoners van Nederland, België, Luxemburg en Denemarken samen!
Andere bekende megasteden zijn Londen, Moskou, Los Angeles, Istanbul, Buenos Aires, Caïro en de stadstaat Singapore.
Alle grote, miljoenen- en megasteden hebben te maken met problemen. Denk aan:
Gigasteden
Per dag trekken 170.000 mensen van het platteland naar de stad. Die groei, de urbanisatie, zal in snel tempo doorzetten. Veel megasteden groeien door tot gigasteden. Men verwacht dat Beijing tegen de havenstad Tianjin zal aangroeien. Nu liggen ze meer dan honderd kilometer uit elkaar. Men verwacht ook dat de steden Hongkong, Shenzen en Zhuhai op termijn zullen samensmelten tot één monsterstad. Er komen vier van zulke gigasteden in China die samen meer inwoners zullen hebben dan alle mensen in de Verenigde Staten bij elkaar.
Er zijn zelfs deskundigen die denken dat de megasteden Rio de Janeiro en Sao Paulo naar elkaar toe zullen groeien tot een gigastad van meer dan 40 miljoen inwoners. Nu liggen beide Braziliaanse steden nog 400 kilometer van elkaar vandaan.
Zal de aardbol straks overdekt zijn met mega- en gigasteden van 20 tot 40 miljoen mensen of meer?
In 2010 had de wereld al een miljard auto’s, het merendeel in de steden.
In Tokio, Beijing en Jakarta lopen voetgangers nu al rond met mondkapjes tegen de smog.
Negentig procent van het gebruikte water en rioolwater in steden in ontwikkelingslanden wordt ongezuiverd geloosd.
Megasteden worden te vol en de smog is vaak ondraaglijk. Bovendien wordt de grond om huizen te bouwen steeds schaarser en de grondprijs steeds hoger. De overheid in ontwikkelingslanden faalt in haar beleid om voor voldoende en gedegen huisvesting te zorgen. Hierdoor komen migranten van het platteland vaak in krottenwijken terecht.
Een krottenwijk is een wijk die (voor het overgrote deel) bestaat uit krotten (oude of vervallen huizen). Een krot in een ontwikkelingsland is vaak een kleine woning, gemaakt van niet-stevig, goedkoop bouw- of afvalmateriaal, karton of golfplaten.
Het bijzondere van een krot is dat er geen architect of bouwbedrijf aan te pas komt. Mensen bouwen hun huis zelf of met hulp van vrienden en familieleden, meestal zonder bouwvergunning. Huizen staan kriskras door elkaar of zijn gescheiden door smalle steegjes. Vandaar de andere naam die je vaak tegenkomt: sloppenwijken. Een slop is een smalle steeg: een nauwe doorgang tussen huizen.
Een op de zeven à acht mensen op de wereld woont in een krottenwijk. Belangrijke voorzieningen als stromend water, riolering, elektriciteit, (goed) onderwijs, (goede) zorg ontbreken en mensen leven in vaak erbarmelijke omstandigheden.
De meeste mensen in deze wijken hebben geen werk of slecht betaalde ongeschoolde arbeid: onder hen vind je onder meer schoenenpoetsers, straatventers, straatmuzikanten, bedelaars, dieven en prostituees (ook kinderen). Sanitaire voorzieningen (zoals een waterleiding en riolering) ontbreken veelal. Krottenwijken met hun open riolen zijn broedplaatsen voor ziektes.
Wie kan, probeert weg te komen uit de krottenwijk naar een betere wijk elders in de stad. Maar de kans om eruit te komen, is klein. De wat rijkeren verdelen de baantjes onder hun vrienden en familieleden, de armen zijn gedoemd arm te blijven.
Zodoende ontstaat er een scheiding tussen de (rijkere) en (armere) bevolking, ook wel segregatie genoemd.
Bestudeer de pagina hierover in de Kennisbank.
![]() |
Segregatie |
Het aantal inwoners in Nederland is de afgelopen eeuw enorm gestegen. In 1900 telde Nederland meer dan vijf miljoen inwoners. In 2023 heeft Nederland bijna achttien miljoen inwoners. Hoe biedt Nederland woonruimte aan al die mensen?
De Grote Vier (een aanduiding voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) kennen we beter als de Randstad. De steden zijn bijna aan elkaar gegroeid om een groot groengebied heen: het Groene Hart. Dit is een belangrijk landbouw-, natuur- en recreatiegebied. Om het Groene Hart in de Randstad groen te houden, is afgesproken dat het niet ongecontroleerd volgebouwd mag worden.
Bijna de helft van alle Nederlanders woont in de Randstad. Voor uitbreiding is niet veel plek meer. Dat heeft twee grote gevolgen:
Na de eerste groei van de steden als gevolg van industrialisatie volgde de suburbanisatie. De mensen vluchten de stad uit vanwege het lawaai, gebrek aan ruimte, luchtvervuiling etc.
Bestudeer de pagina's in de Kennisbank en bekijk ook de video over verstedelijking in de Kennisbank.
![]() |
Suburbanisatie |
Bekijk de video van Het dorp van Schooltv.
Een van de redenen waarom de dorpen leegliepen, was dat mensen in de buurt van hun werk in de steden gingen wonen.
Toen de welvaart toenam en iedereen zich een auto kon veroorloven, gingen veel mensen weer op het platteland wonen. Zij zochten de ruimte en de rust in de dorpen, vooral als ze kinderen kregen.
De vraag naar betaalbare huizen in de dorpen nam weer toe. Omdat er niet zo veel uitbreidingsmogelijkheden waren, zijn veel gemeenten nieuwe wijken in de dorpen gaan bouwen.
De mensen in de dorpen werden forens: iemand die heen en weer reist tussen zijn huis en zijn werk. Forensisme is een van de grote oorzaken voor het ontstaan van files, vooral in de spits.
In 1991 besefte de regering dat doorgaan met het bouwen van nieuwe wijken in de dorpen zou leiden tot een leegloop in de steden. Bovendien dreigden de open gebieden in Nederland te worden opgeslokt door al die nieuwe wijken.
Het toenmalige ministerie van VROM (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) kwam met een nota: de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX). Hierin stond dat de nieuwe woonwijken vanaf dat moment dicht bij de bestaande stadscentra moesten worden gepland.
De uitgangspunten van de nota waren:
De nieuwe grootschalige woonwijken bij de steden noemen we Vinex-wijken. In veel van die Vinex-wijken wordt nog steeds gebouwd, maar in 2005 ging het ministerie toch een andere kant op. De nadruk lag niet meer alleen bij de nieuwe wijken.
Je hebt gelezen dat Nederlanders van het platteland naar de steden trokken. Daarna zag je hoe ze van de stad terug naar de dorpen gingen of naar de nieuwe wijken rondom de bestaande steden verhuisden. Deze beweging is nog steeds gaande.
Bestudeer in de kennisbank de pagina's
![]() |
Segregatie en re-urbanisatie |
Er is echter ook een tegenbeweging op gang gekomen. Het gevolg van de verhuizing naar de dorpen en nieuwe wijken was dat veel mensen uit de bestaande stadswijken wegtrokken. In Utrecht bijvoorbeeld werd het hele stadscentrum gesloopt en vervangen door het winkelgebied Hoog Catharijne. Veel stadscentra bestonden uit vooroorlogse, verpauperde wijken die werden vervangen door kantoren en winkels. Overdag was het daar best nog wel levendig, maar ’s avonds vaak uitgestorven. Er kwamen steeds meer klachten over de leefbaarheid in de steden.
In plaats van te slopen, werden de nog bestaande oude wijken gerenoveerd en weer aantrekkelijk gemaakt voor bewoners. Inmiddels is er een overschot aan kantoren en hebben veel winkels in de binnensteden het moeilijk, zodat ook dergelijke panden worden verbouwd tot woningen. Het heeft een hernieuwde trek naar de stad opgeleverd.
![]() |
Industrialisatie, mechanisatie en urbanisatie |
| Urbanisatie De trek van het platteland naar stedelijk gebied. |
| Industrialisatie De omschakeling van het produceren van goederen met de hand naar de productie met machines. |
| Mechanisatie Wanneer machines het werk van arbeiders steeds meer overnemen. |
| Platteland Gebieden met een lage bebouwingsdichtheid en veel open ruimte. |
| Stad Een concentratie van mensen, gebouwen, voorzieningen en activiteiten (wonen, werken en recreëren). |
| Suburbanisatie De trek van stedelijk gebied naar het direct omliggende platteland. |
| Groeikernen Kleinere gemeenten die de suburbanisatie van een of meerdere nabijgelegen steden moesten opvangen door te groeien en aldus huisvesting te bieden. |
| Forensisme/Forens Hiervan is sprake wanneer iemand woont in de ene en werkt in een andere plaats / stad. |
| Slaapsteden (Voor)steden die overdag nagenoeg uitgestorven zijn, omdat iedereen in de nabij gelegen grotere stad werkt. |
| Stedelijk gebied Gebied met daarin diverse agglomeraties en stadsgewesten dat functioneel een eenheid vormt. |
| Agglomeratievorming Een stad met daaraan vastgegroeide omliggende dorpen en steden. |
| Megastad Een stad met meer dan 10 miljoen inwoners. |
| Re-urbanisatie Wanneer na een lange periode van bevolkingsafname het aantal stadsbewoners weer stijgt. |
| Stadsdelen/Stadswijken (bijv. centrum) Onderdelen waaruit een stad is opgebouwd. |
| Grondprijs De prijs van een vierkante meter grond. |
| Segregatie Het apart wonen van bevolkingsgroepen van elkaar (ruimtelijke segregatie). Deze bevolkingsgroepen hebben weinig contact met elkaar (maatschappelijke segregatie). |
| Stadsvernieuwing Het verbeteren van oude woonwijken door renovatie (het opknappen van woningen) en sanering (sloop en nieuwbouw van woningen) in Nederland. Tot eind jaren tachtig heette het vanuit de regeling die toen bestond 'stadsvernieuwing'. Daarna is het met een nieuwe wet 'stedelijke vernieuwing' gaan heten, maar in de volksmond wordt nog soms stadsvernieuwing gebruikt. |
| Leefbaarheid Hoe prettig iemand in zijn of haar leefomgeving woont. |
|
Krottenwijk |
Voor je begint aan de afsluiting maak je de toets 'Urbanisatie'.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen.
Als je alle vragen beantwoord hebt, zie je je score.
Je krijgt van de vragen die je fout hebt, het goede antwoord te zien.

Als eindproduct van deze opdracht maak je samen met twee klasgenoten een nieuwsitem over urbanisatie voor het Journaal.
In een kort verslag schets je het verschil tussen het leven op het platteland en dat in een megastad. Ook noem je de problemen waar mensen in megasteden tegenaan lopen.
Je benoemt voor- en nadelen en vertelt wat over het ontstaan van megasteden.
Ook leg je uit waarom mensen vanuit de stad weer naar het platteland (willen) terugkeren.
Je kunt bij voorbeeld twee verschillende jongeren interviewen over hun leefsituatie. Je kunt de informatie uit deze opdracht gebruiken en informatie zoeken op internet.
Het journaalitem is tussen de 2 en 5 minuten lang.
Oefen samen voordat jullie je nieuwsitem voor de klas presenteren.
Klaar?
Je laat de tekst van het nieuwsitem beoordelen door je docent.
Bij de beoordeling wordt gelet op:
|
|
Interview afnemenJe bevraagt een ander over een bepaald onderwerp. |
|
|
|
Presentatie makenJezelf op een goede manier presenteren is een belangrijke vaardigheid in deze maatschappij. Je laat zien waar je mee bezig bent geweest, waar je je in hebt verdiept en welke kennis je hebt opgedaan. Powerpoint of Prezi zijn programma's die jou kunnen helpen om informatie te presenteren. |
|
Intro
Kan ik wat ik moet kunnen?
Hoe ging het?