Immigratie

Immigratie

Intro

Elk jaar komen er duizenden immigranten naar Nederland. De term 'immigrant' is een verzamelnaam voor allerlei verschillende groepen mensen, die zich in Nederland vestigen.

Mensen hebben verschillende redenen om naar Nederland te komen: om hier te werken, om hun eigen land te ontvluchten of om een beter bestaan op te bouwen.

Om een indruk te krijgen van de hoeveelheid mensen die zich in Nederland vestigden kun je het migratiesaldo bekijken: het verschil tussen het aantal immigranten en emigranten over een bepaalde periode.

Welke herkomstlanden zijn populair als het gaat om immigratie in Nederland? Noem er minstens twee.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

Wat ga ik doen?

Activiteiten
De activiteiten in deze opdracht dragen bij tot het volgende leerdoel:
Je kunt omschrijven om welke redenen mensen zich in Nederland vestigen en met welke status ze in Nederland verblijven.

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Je bestudeert de Kennisbank en leest over immigratie en hoe deze in de loop der jaren verschuift. Je bekijkt de top10 van immigratielanden en een grafiek met immigratiecijfers. In de oefening bekijk je een video over redenen om te emigreren en beantwoordt er vragen over.
Stap 2 Je leest de verhalen over inwoners van voormalig Nederlandse koloniën en van Suriname die naar Nederland emigreerden. Je beantwoordt een vraag hierover.
Stap 3 Je leert over de komst van gastarbeiders in de jaren vijftig van vorige eeuw en over het feit dat velen gebleven zijn. De groeiende komst van veel Polen is het gevolg van toetreding van Polen tot de EU. Je bekijkt een video over de nieuwkomers en beantwoordt vragen.
Stap 4 Je leert over de komst van vluchtelingen en asielzoekers en wat het verschil is tussen deze twee groepen. Je bekijkt een grafiek en beantwoordt vragen.
Stap 5 Je leert over een positief en negatief migratiesaldo. In de oefening bekijk je een grafiek en beantwoordt er vragen over.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Begrippen De begrippen gaan over immigratie.
Eindopdracht A Kies je voor opdracht A: dan maak je de toets.
Eindopdracht B Kies je voor opdracht B: dan maken jullie een eindproduct naar keuze.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden
Geen bijzonderheden.

Tijd
Voor de opdrachten bij dit onderwerp heb je ongeveer 2 uur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Wij komen!

Elk jaar komen er vele duizenden ‘vreemdelingen’ naar Nederland. De meesten zijn toeristen. Er zijn ook duizenden buitenlanders die komen om hier te blijven. Zij worden immigranten genoemd.
Bestudeer uit de Kennisbank de twee pagina's over Migratie en gezinshereniging.

Immigratie


In 2022 kwamen er ruim 403.108 personen naar Nederland. Dat waren er 150.580 meer dan in 2021. Onder deze immigranten waren er enkele tienduizenden Nederlanders die eerder geëmigreerd waren en om een of andere reden terugkeerden naar Nederland, de zogenaamde remigranten. Ook kwamen er enkele tienduizenden vluchtelingen waarvan de meeste Oekraïne ontvluchtten. Hiervan zal een deel blijven terwijl anderen teruggaan naar het land van herkomst zodra dat veilig is.

Daarnaast emigreerden 179.310 personen uit Nederland, 33.980 meer dan een jaar eerder. In totaal migreerden er in 2022 meer personen naar Nederland dan dat er vertrokken. Het migratiesaldo (de immigratie minus de emigratie) bedroeg 223.798 personen. Van 2003 tot en met 2007 was het migratiesaldo juist negatief: er waren minder immigranten dan emigranten.

Verschuivende migratie

De herkomst van immigranten is de afgelopen vijftig jaar sterk veranderd, constateert het CBS. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was de immigratie uit Zuid-Europa en Marokko het belangrijkst. Nu is dat Oost-Europa. Van de klassieke immigratielanden Turkije, Marokko, Suriname en Nederlanden Antillen kwamen alleen Turkije en de Antillen nog bij de eerste tien.

Stap 2: Komst uit voormalige koloniën

In de vorige eeuw maakten twee Nederlandse koloniën zich van Nederland los en werden onafhankelijk: Nederlands-Indië en Suriname. Beide keren ging die onafhankelijkheid gepaard met een grote volksverhuizing naar Nederland.
Lees de volgende teksten.

Indische Nederlanders
Na de Tweede Wereldoorlog gingen tussen 1945 en 1949 honderdduizend Indische Nederlanders naar Nederland om bij te komen van de ontberingen in de Jappenkampen. Ze gingen voor enkele weken of maanden, maar de meesten bleven voorgoed.

Toen Nederlands-Indië onder de naam Indonesië zelfstandig werd, vertrokken tussen 1950 en 1968 nog eens tweehonderdduizend Indische Nederlanders naar Nederland. Ze kwamen vaak tegen hun zin, maar hun leven in Indonesië werd steeds moeilijker. Ze zijn de afstammelingen van mensen uit Nederland en ze werden niet gezien als immigranten, maar als ‘repatrianten’ (re = terug, patria = vaderland).

Wie in Nederland niet over familie, werk of huisvesting beschikte, viel in de categorie ‘Oosterse Nederlanders’. Echt welkom waren ze niet, maar de overheid kon niet om hen heen: elke Europese onderdaan van de voormalige kolonie had nu eenmaal recht op een Nederlandse verblijfstitel. Als politieke vluchtelingen konden zij bovendien een beroep doen op allerlei voorzieningen in het vaderland overzee. Bij de opvang werd gebruikgemaakt van hotels, pensions en aparte kampen. De repatrianten kregen verder voorrang bij het toekennen van een zelfstandige woning. Ook kwam er extra begeleiding bij het vinden van een baan en was er apart onderwijs voor jongeren.

 

Surinamers
In 1975 werd Suriname zelfstandig. Veel Surinamers waren onzeker over de toekomst van hun land. Ze moesten kiezen tussen een Surinaams of Nederlands paspoort en dat vonden veel mensen moeilijk. Nederland was welvarender en had betere onderwijsvoorzieningen. Tussen 1975 en 1980 vertrokken dan ook meer dan 130.000 Surinamers naar Nederland. In 1980 werd het een stuk moeilijker om naar Nederland te verhuizen.

Alle gemeenten met meer dan 25.000 inwoners werden verplicht huisvesting ter beschikking te stellen aan Surinaamse migranten. Dat beleid mislukte. Van Surinaamse zijde kwam veel protest: veel Surinamers wilden bij elkaar in de buurt wonen.
Zo ontstonden toch concentraties van Surinamers. Creoolse Surinamers trokken veelal naar de Amsterdamse Bijlmer en naar Rotterdam en Utrecht. Hindoestaanse Surinamers vestigden zich in Noord-Nederland, Noord-Brabant en in de Randstad.

 

Stap 3: Komst van gastarbeiders

De welvaart steeg in de jaren vijftig en zestig in Nederland en er kwamen steeds meer fabrieken. Het werk aan de lopende band was niet erg populair en er ontstonden personeelstekorten. In het buitenland waren er arbeiders genoeg die in Nederlandse fabrieken wilden werken. Deze gastarbeiders, officieel arbeidsmigranten geheten, kwamen eerst zelf op zoek naar werk. De eerste gastarbeiders waren Italianen en Spanjaarden.

Wat later, in de jaren zestig kwamen veel gastarbeiders naar Nederland op uitnodiging van de Nederlandse regering. Nederland wierf vooral in Marokko en Turkije arbeiders. Men dacht in het begin dat de buitenlandse arbeiders hier voor een beperkte periode zouden werken en dan met het verdiende geld weer terug zouden gaan. Uiteindelijk zijn velen van hen hier gebleven.

Door een toenemende automatisering in de jaren zeventig en door een economische crisis was er steeds minder behoefte aan laaggeschoolde arbeid. In 1973 stopte Nederland met het uitnodigen van gastarbeiders. De toelating tot Nederland werd veel strenger.

De gastarbeiders die bleven hebben in veel gevallen hun familie over laten komen.
Deze immigranten uit Marokko en Turkije en hun afstammelingen vormen nu de twee grootste groepen niet-westerse migranten in Nederland.

Marokkaanse herkomst 385.755
Turkse herkomst 396.555

Cijfers van CBS september 2017

In 2004 trad Polen toe tot de Europese Unie (EU). Sindsdien is het aantal Poolse immigranten sterk toegenomen. In Polen was er veel werkloosheid. Reden voor veel Polen om werk te zoeken buiten hun land. Een groep van deze arbeidsmigranten besloot te blijven.
Inwoners uit de verschillende lidstaten van de Europese Unie mogen zich vrij mogen vestigen binnen de EU.

Stap 4: Vluchtelingen en asielzoekers

Vluchtelingen zijn mensen die hun eigen land hebben verlaten omdat het er niet meer veilig was. Het kan gaan om een natuurramp (aardbeving, overstroming, hongernood) of oorlog, maar veel vluchtelingen vluchten om politieke redenen. Ze zijn bang voor vervolging, onderdrukking of marteling.

Een vluchteling kan zich niet zomaar in Nederland vestigen. Nederland nodigt elk jaar ongeveer vijfhonderd vluchtelingen uit om naar ons land te komen, vooral inwoners van vluchtelingenkampen. Anderen komen op eigen gelegenheid naar Nederland en vragen asiel  (=bescherming). Zij mogen alleen blijven als ze goede redenen hebben. Mensen krijgen asiel wanneer ze risico lopen op marteling, onmenselijke of vernederende straf.
Ook als de situatie in een land niet voldoende veilig is, kan een persoon asiel krijgen, bijvoorbeeld als er oorlog is. Deze vluchtelingen noemen we asielzoekers. Het aantal asielzoekers schommelt sterk door de jaren heen.
Bekijk de grafiek.



In de media is er altijd veel aandacht voor de asielzoekersproblematiek, maar op het geheel van het aantal immigranten dat elk jaar Nederland binnenkomt, vormen de asielzoekers een kleine minderheid.

Stap 5: Migratiesaldo

In deze opdracht over immigratie hebben we gekeken naar allerlei immigranten en hun redenen om naar Nederland te komen. In de opdracht ‘Emigratie’ hebben we gekeken naar mensen die Nederland hebben verlaten en naar hun redenen.

Als je immigratie- en emigratiecijfers met elkaar vergelijkt, weet je of Nederland een immigratieland is of een emigratieland.

In 2022
immigreerden
403.108 mensen

In 2022
emigreerden

179.310 mensen
Migratiesaldo: 223.798 mensen


Als er meer mensen naar Nederland komen dan er vertrekken, spreken we van een positief migratiesaldo of een vestigingsoverschot.
Als er meer mensen uit Nederland vertrekken dan er binnenkomen, spreken we van een negatief migratiesaldo of een vertrekoverschot.

Afronding

Begrippen

Omvang bevolking

Emigratie
Mensen verlaten hun land om zich in een ander land of gebied te vestigen.
Immigratie
Mensen komen binnen in een land of gebied om zich daar te vestigen.
Vestigingsfactor
Positieve reden om naar een gebied te verhuizen (ook wel pullfactor genoemd).
Vertrekfactor
Negatieve reden om uit een gebied te vertrekken (ook wel pushfactor genoemd).
Migratie(stroom)
Het verhuizen van het ene naar het andere gebied binnen een land (binnenlandse migratie) of van het ene naar het andere land (buitenlandse migratie).
Migratie(saldo)
Het verschil tussen immigratie en emigratie.
Bij een positief migratiesaldo is er sprake van een vestigingsoverschot.
Bij een negatief migratiesaldo is er sprake van een vertrekoverschot.

Eindopdracht A: Toets

In deze stap maak je de toets 'Immigratie'.
De toets bestaat uit een aantal gesloten vragen, waarbij je het juiste antwoord moet kiezen.

Als je alle vragen beantwoord hebt, zie je je score.
Je krijgt van de vragen die je fout hebt, het goede antwoord te zien.

Eindopdracht B: Mauro Manuel

In het boek 'Kinderen die de wereld hebben veranderd' staan verhalen over kinderen van wie de rechten zijn geschonden. Ze hebben daardoor de aandacht gevestigd op een probleem in onze maatschappij.

Een van deze verhalen gaat over Mauro Manuel (Angola, 1992). Mauro is uitgegroeid tot symbool van asielkinderen die extra zorg behoeven. Hij belandde als negenjarige in Nederland nadat zijn moeder hem alleen op het vliegtuig had gezet. Hij kwam in een pleeggezin, dat voor hem een verblijfsvergunning aanvroeg. Die kreeg hij maar niet. Op zijn achttiende dreigde Mauro het land uit te worden gezet. Een storm van protesten stak op. Veel mensen in Nederland waren verontwaardigd. Uiteindelijk mocht hij blijven, en veel andere kinderen met hem, dankzij het zogeheten Kinderpardon.

In februari 2012 dienden twee Kamerleden de 'Kinderasielwet' in.
De wet regelde het verblijfsrecht voor jonge asielzoekers die net als Mauro al jaren in Nederland verblijven en er 'geworteld' zijn.

Bekijk een deel van de uitzending over Mauro bij Pauw & Witteman:


Download en lees nu het verhaal uit boek 'Kinderen die de wereld hebben veranderd': Mauro.

Kinderrechten

Mensenrechten zijn in diverse wetten en verdragen vastgelegd. Ze gelden in Nederland en in de rest van de wereld - voor iedereen en voor altijd. Dankzij deze rechten kunnen mensen een volwaardig bestaan opbouwen. Omdat kinderen speciale behoeften hebben, bestaan er ook kinderrechten. Helaas wordt er niet overal even netjes met deze rechten omgegaan.

Kinderpardon

Mauro is niet de enige vluchteling die op jonge leeftijd naar Nederland is gekomen en die dreigde te worden teruggestuurd. Lees ook het verhaal over Marcia en Glaucio Ventura Tiago.
In Nederland geldt het zogenaamde Kinderpardon: een overgangsregeling voor vreemdelingenkinderen die door lange procedures al jaren in Nederland zijn en die inmiddels geworteld zijn in de samenleving, maar die nog geen verblijfsstatus hebben. Niet alle kinderen kunnen een beroep doen op het Kinderpardon.

Ga naar de website van de Kinderombudsman en lees de criteria waaraan kinderen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor het Kinderpardon.

Op de website van de Kinderombudsman kun je lezen dat de Kinderombudsman na de invoering van het Kinderpardon nog herhaaldelijk heeft aangegeven dat hij er niet gerust op is dat de oorspronkelijke gedachte leidend was bij de beoordeling van de aanvragen. Na het verschijnen van de definitieve cijfers ontving de Kinderombudsman weer vele meldingen van gezinnen, advocaten en organisaties, over kinderen die naar hun mening onterecht buiten de regeling vielen.

Eindproduct

Gebruik de informatie uit deze stap bij het maken van een eindproduct over Mauro.
Je kunt de eindopdracht samen met een klasgenoot doen. Jullie mogen zelf kiezen in welke vorm je het doet.
Raadpleeg voor tips en ideeën de gereedschapskist.

In je eindproduct maak je duidelijk:

Klaar?

Bekijk in de gereedschapskist of jullie eindproduct voldoet aan de beoordelingscriteria. Lever het daarna in bij de docent.
In overleg met de docent kunnen jullie je eindproduct presenteren of met andere klasgenoten vergelijken.

Hij/zij zal bij de beoordeling letten op:

Gereedschapskist

Welkom bij de gereedschapskist. Hier vind je uitleg over alle werkvormen waarmee je je eindproducten maakt. Bij iedere werkvorm staat beschreven hoe je deze uitvoert, kun je inspiratiefilmpjes bekijken en vind je de beoordelingscriteria waaraan jouw product moet voldoen. Ook zie je welke digitale middelen je kunt gebruiken en aan welke vaardigheden je werkt tijdens het maken van je eindproduct. Veel succes!

 

Terugkijken

Intro

Kan ik wat ik moet kunnen?

Hoe ging het?