Leerlingen denken dat veelvoorkomende eigenschappen automatisch dominant zijn in een stamboom.
In de biologie betekent ‘dominant’ niet dat een gen sterker of beter is, maar dat één allel al voldoende is om een eigenschap tot uiting te brengen. Bij een recessief allel zijn daarentegen twee kopieën nodig om hetzelfde effect te krijgen. Een recessief allel komt namelijk alleen tot uiting als het dominante allel ontbreekt. Toch interpreteren veel leerlingen het woord ‘dominant’ in de alledaagse betekenis van machtig of overheersend. Ze denken dat dominante allelen de recessieve onderdrukken, of dat ‘dominant’ simpelweg ‘aanwezig’ betekent en ‘recessief’ ‘afwezig’. Dit leidt tot misvattingen, zoals de overtuiging dat dominante eigenschappen vaker voorkomen of sterker zijn dan recessieve. Ook bestaat het onjuiste idee dat dominante allelen zich gemakkelijker verspreiden en dat adaptieve eigenschappen uiteindelijk dominant worden.
Voor diagnostische meerkeuzevragen over deze en andere misconcepten:
https://www.diagnostischevragen.nl/vakken/biologie/
Een werkblad waarbij leerlingen met elkaar in gesprek gaan over de kans dat een eigenschap tot uiting komt:
Werkblad dominant en recessief
Allchin, D. (2000). Mending Mendelism. The American Biology Teacher, 62(9), 632–639.
Mills Shaw, K. R., Van Horne, K., Zhang, H., & Boughman, J. (2008). Essay contest reveals misconceptions of high school students in genetics content. Genetics, 178(3), 1157–1168.
Smith, M. U. (2014). It’s not your grandmother’s genetics anymore! The American Biology Teacher, 76(4), 224–229.