In de ambulance
Na 5 minuten arriveren de ambulancebroeders. Kees wordt met verschillende draden aan een kastje aangesloten. “Ventrikelfibrilleren”, zegt één van de ambulancebroeders met een ernstig gezicht. Het apparaat wordt nu gebruikt om het hart van Kees een paar elektrische schokken te geven. Jeroen is blij als hij de ambulancebroeder “Hij is er weer, het normale hartritme is terug. De ambulance in!” hoort zeggen.
Toch knaagt er iets aan hem: “Als mijn moeder er niet was geweest, dan had ik nóóit geweten wat ik had moeten doen. Wat fijn dat mama een paar maanden geleden een EHBO-cursus heeft gevolgd. Dat wil ik ook gaan doen!”
Reanimatie is op een kunstmatige manier de circulatie van zuurstofrijk bloed op gang houden door hartmassage en beademing. Reanimatie kan schade aan vitale organen als het hart en de hersenen voorkomen, maar het zal het hart niet opnieuw laten kloppen. Correct uitgevoerde reanimatie (en vooral hartmassage) zorgt er wel voor dat de daarop volgende defibrillatiepogingen een grotere kans van slagen hebben.

Er is een AED (Automatische Externe Defibrillator) nodig om het hart ‘opnieuw’ te laten kloppen. De AED geeft een gecontroleerde elektrische schok aan het hart, waarmee je de normale hartfunctie kunt herstellen.
Tegenwoordig vind je een AED op veel openbare plaatsen, zoals sporthallen, stations en congrescentra. Ze zijn te herkennen aan een specifiek groen logo (figuur 20). De AED geeft de instructie, dus je hoeft geen arts te zijn om hem te gebruiken. Op een reanimatiecursus kun je leren een AED te gebruiken.
