ST-elevatie
In de ambulance op weg naar het ziekenhuis is Kees nog steeds op het AED-apparaat aangesloten. Op het ElektroCardioGram (ECG) is te zien of het hart van Kees goed werkt. Dan belt de ambulancebroeder met de spoedeisende hulp. ”We hebben hier een man met vermoedelijk een hartinfarct. We zien duidelijke ST-elevatie op het ECG”. Dit wordt altijd gezien als hét bewijs dat er sprake is van een hartinfarct. Maar waarom?
In het hart lopen elektrische stromen die met een ElektroCardioGram zichtbaar gemaakt worden. In de normale situatie zijn die elektrische stromen per hartcyclus strak gereguleerd en zien die stromen er op het ECG heel regelmatig uit (figuur 31). Tijdens een hartinfarct ziet het ECG er chaotisch uit (ventrikelfibrilleren). Dan stopt het har met pompen (zie ook figuur 23). Na het toedienen van de shocks met de AED werd de normale elektrische activiteit in het hart hersteld en kon zijn hart weer normaal pompen.
In hoofdstuk 1.3 is de pompcyclus van het hart beschreven en in hoofdstuk 4.4 is de elektrische activatie van het hart aan bod gekomen. De afzonderlijke fases kun je herkennen op een ECG (figuur 31).

Figuur 31

Figuur 26
De eerste piek in het ECG wordt de P-top genoemd en geeft de activatie van de boezems weer.
Het QRS-complex geeft de activatie van de kamers weer. Het stuk tussen de P-top en het QRS-complex laat de vertraging van de elektrische activatie door de AV-knoop zien.
De laatste piek, de T-top, geeft de ontspanning van de kamers weer. Er is geen ontspanningsfase van de boezems te zien op het ECG; deze wordt namelijk opgenomen in het QRS-complex.