De bloeddruk is aan het begin van de slagaders het hoogst, dit is de bovendruk (figuur 11). Als het bloed vanaf het hart verder het vaatstelsel instroomt, daalt de druk door wrijving met de vaatwand.
De bloeddruk wordt uitgedrukt in millimeter kwikdruk (mm Hg). De bloeddruk van gezonde mensen schommelt. Zo is de bloeddruk ‘s morgens en ‘s avonds vaak wat lager dan ‘s middags. De bloeddruk stijgt door lichaamsbeweging en praten. Ook stemmingen hebben invloed op de bloeddruk; door emoties als angst en stress kan de bloeddruk stijgen.
Waarschijnlijk zal de bloeddruk van Jeroen wat hoger zijn geweest dan 120/80 (spreek uit als: 120 over 80) tijdens de voetbalwedstrijd. Een normale gemiddelde bovendruk is 120 mmHg. De druk in de slagaders is het laagst als het hart ontspannen is. Dit wordt ook wel de onderdruk genoemd, een normale gemiddelde onderdruk is 80 mmHg.

De bloeddruk is te meten met een bloeddrukmeter. Vaak wordt de bloeddruk gemeten in de bovenarm, maar deze kan ook in de pols worden gemeten. In figuur 12 is te zien hoe de bloeddruk gemeten wordt. Als de manchet de slagader gedeeltelijk afsluit kun je het bloed nog horen stromen met behulp van een stethoscoop. Wanneer je de druk in de manchet zo opvoert dat er (net) geen bloed meer door heen kan stromen, dan meet je de bovendruk (figuur 12 links). Vervolgens laat je de druk in de manchet langzaam zakken. Wanneer je geen kloppend geluid meer hoort is de druk die je meet gelijk aan de onderdruk (figuur 12 rechts).

Figuur 12. Bloeddrukbepaling