PO 2: De wet van Poiseuille
Bij dit experiment onderzoek je hoe de stroomsnelheid afhangt van de diameter. De onderzoeksvraag is: ‘Hoe hangt de stroomsnelheid van het water af van de diameter van het buisje?'

De opstelling in figuur 16 zorgt ervoor dat de druk bij het kraantje B constant is, ondanks het dalende waterniveau als het vat leegstoomt. Daarvoor moet buis A ver onder het vloeistofoppervlak staan.
Het experiment verloopt als volgt:
A. Hypothese:
Stel op basis van de theorie een hypothese op. Naam aan dat de druk P in elke meting constant is. Vul de onderstaande zinnen in.
B. Meting:
Bedenk hoe je de meting gaat doen/overleg met de TOA.
| buisje nr. | diameter (mm) | gram water in 10 s | stroomsnelheid (mL/s) |
C. Verwerking: (Uitlegvideo Youtube: ‘hoe maak ik een excel grafiek’)
Gebruik Excel voor het bepalen van het verband:
Noteer hieronder de uitkomst van het verband:
Q = ………………
D. Conclusie:
Geef een berekening op basis van het door jullie gevonden verband: Als de diameter halveert wordt de stroomsnelheid ……….x zo groot
E. Reflectie:
Klopt het gevonden verband volgens jullie met de wet van Pouseuille? Als het niet exact overeen komt, bedenk dan redenen waardoor het verband verschilt.