3.1 - Hartinfarct

Bij een hartinfarct krijgt een deel van de hartspier geen zuurstof en kan dit deel afsterven. Dit komt door een onderbreking van de bloedtoevoer naar het hart door de kransslagaderen. De oorzaak is vrijwel altijd slagaderverkalking.

Een kwetsbare plaque kan makkelijk openbarsten (figuur 17). Dan kan er door de bloedplaatjes een stolsel ontstaan dat de kransslagader afsluit. Een deel van het hart krijgt geen zuurstof en sterft af (hartinfarct). De afsluiting is niet ontstaan door de plaque zelf, maar door een bloedstolsel. Bij een stabiele plaque voorkomt een dikke bindweefsellaag dat de plaque openbarst.

Bij Kees heeft een kwetsbare plaque in zijn kransslagaders gezorgd voor een blokkade in de bloedtoevoer naar zijn hart. Door het tekort aan zuurstof begon het hart van Kees chaotisch samen te trekken (fibrilleren) waardoor hij het bewustzijn verloor. Reanimatie, bestaande uit hartmassage en beademing, was op dat moment zeer belangrijk, om zo zuurstofrijk bloed door het lichaam van Kees rond te pompen. Eigenlijk vervingen Jeroen en zijn moeder door reanimatie zijn ademhaling en de pompfunctie van hart.