Instructie
Tijdens elke hartslag, worden alle 6 miljard cellen van het hart in een vaste volgorde geactiveerd (zie figuur 28). De dipolen leggen dus ook deze vaste volgorde af. Het elektrische veld hiervan kan aan de buitenkant van het lichaam worden gemeten, doordat de lichaamsvloeistof dit elektrische veld doorgeeft. Hierdoor is er tussen verschillende delen van het lichaam een klein spanningsverschil van een paar millivolt aanwezig. Doordat ook de huid goed geleidt kan dit spanningsverschil worden gemeten door middel van vastgeplakte elektroden op de huid van de pols. Het gemeten spanningsverschil gedurende een hartslag, is een maat voor de elektrische activiteit in het hart. In dit practicum ga je het spanningsverschil meten tussen de linker en de rechter arm. Dus op basis van afleiding I (figuur 40).
Opdracht 28 Het Eigen ECG
A. Theorie
Lees de theorie bij 4.5 hierboven en gebruik bij het beantwoorden van de volgende vragen.
a. Wat stelt de P-top voor?
b. Wat stelt de T-top voor?
c. En het QRS-complex?
d. Welke interval in figuur 31 vertegenwoordigt de hartpauze?
B. Hypothese
Je maakt in deze opdract twee keer een ECG, één in rust en één na 40 kniebuigingen/traplopen. Welke verschillen verwacht je te zien tussen de twee ECG’s? Leg uit waarom.
Materiaal
Methode

Figuur 41 - Plaatsing van de plakelektroden

Figuur 42 - Verbinding tussen plakelektroden en krokodillenklem
Je ziet het ECG van de proefpersoon in rust op de monitor, sla deze meting op. Zorg dat je een ingezoomd beeld hebt van 1 cyclus.
NB: Bedenk bij het bekijken van de resultaten dat de metingen niet geschikt zijn voor medische of onderzoeks-toepassingen. De apparatuur die gebruikt is, is niet geschikt voor het stellen van een diagnose.
C. Meting 1
Maak nu van 1 persoon uit de groep een ECG wanneer deze in rust is. Zoom in om 1 hartcyclus groot in beeld te krijgen en sla deze op en lever in in teams (ECG_RUST_NAAM). Maak hieronder een tekening van het ECG en noteer daarbij de volgende onderdelen:
- De P-golf + tijdstip:
- Het QRS-complex + tijdstip:
- T-golf + tijdstip:
Tekening:
Meting 2
Maak nu van 1 persoon uit de groep een ECG wanneer deze 40 kniebuigingen heeft gedaan of de trap op en neer is gelopen (doe de meting zo snel mogelijk na de inspanning!) Zoom in om 1 hartcyclus groot in beeld te krijgen sla deze op en lever in in teams (ECG_inspanning_NAAM). Maak hieronder opnieuw een tekening van het ECG en noteer daarbij de volgende onderdelen:
- De P-golf + tijdstip:
- Het QRS-complex + tijdstippen Q, R en S:
- T-golf + tijdstip:
Tekening:
D. Verwerking
Vergelijk de twee ECG’s en beantwoord de volgende vragen.
|
korter |
veel korter |
even lang |
|
|
PR |
|||
|
QRS |
|||
|
QT |
|||
|
TP |
E. Conclusie