5.3. - Medicijnen

Na de operatie

De volgende dag wordt Kees overgeplaatst naar de verpleegafdeling. In het begin moet Kees nog op bed blijven liggen, maar al snel mag hij zichzelf gaan wassen en later ook de gang op. Hij krijgt elke dag bezoek van een fysiotherapeut en ook de cardioloog komt af en toe even kijken.

Twee weken na de operatie mag Kees weer naar huis. De revalidatie zal niet alleen lichamelijk, maar er zullen ook gesprekken worden gevoerd over het leven na een hartinfarct. Hij krijgt ook hulp krijgen van een diëtist om zijn eet- en leefgewoonten aan te passen.

Kees verlaat het ziekenhuis met een tas vol medicijnen. Eén van de dingen waar hij aan zal moeten wennen  is dat hij elke dag medicijnen moet slikken om zijn hart een beetje te ontzien. De inspanning die nodig is voor het rondpompen van het bloed, moet zo klein mogelijk zijn en de bloeddruk moet een normale waarde hebben.

De inspanning die het hart moet leveren wordt bepaald door twee factoren: het rondgepompte bloedvolume en de gemiddelde bloeddruk. De gemiddelde bloeddruk (de MAP) moet dus binnen de perken blijft. De MAP hangt af van de hoeveelheid bloed die het hart per minuut in de slagaders pompt (cardiac output) en de totale stromingsweerstand (perifere weerstand).

De cardiac output (liters/min) wordt op zijn beurt ook weer bepaald door twee factoren:

  1. Het slagvolume; de hoeveelheid bloed in milliliters die bij elke samentrekking de aorta in wordt gepompt.
  2. De hartfrequentie; het aantal slagen per minuut.

Wanneer je bovenstaande in een formule uitschrijft kun je dus zeggen dat:

MAP = slagvolume x hartfrequentie x perifere weerstand

 

Medicijnen

Hartfalen kan ontstaan na het doorstaan van een hartinfarct. Om toch voldoende bloed rond te kunnen pompen, zal het hart zich aanpassen aan de veranderde situatie. De medicijnen kunnen de taak van het aangetaste hart vereenvoudigen.

Naast de medicijnen die Kees mee naar huis heeft gekregen hebben artsen nog veel meer mogelijkheden om een hartpatiënt te behandelen. Hieronder vind je de complete lijst medicijnen die een arts kan voorschrijven in het geval van hartfalen.

De groep medicijen kun je indelen in zes grote groepen, met elk een specifieke actie om de taak van het hart makkelijker maken.

Bètablokker:  bètablokkers verlagen de hartfrequentie en verminderen de zuurstofbehoefte van het hart. Bètablokkers blokkeren de receptoren die op de hartcellen zitten, waardoor hormonen, zoals adrenaline, hun werk niet meer doen op de hartcellen. Een ander gevolg van de bètablokker is dat ze de bloeddruk verlagen

Stollingsremmers zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt, waardoor niet zo makkelijk bloedpropjes ontstaan. Regelmatig controle van het bloed is dan wel van belang.

Plaatjesremmers zorgen ervoor dat de bloedplaatjes minder goed hun werk doen. Hierdoor treedt ongewenste stolling zoals trombose of embolie op.

Een statine: Een statine remt de aanmaak van cholesterol in de lever. Ze zorgen er ook voor dat de binnenkant van de kransslagaders minder snel geïrriteerd wordt. Ze vertragen dus het proces slagaderverkalking

Digoxine: Vergroot de pompkracht van het hart, maar verlaagt wel het hartritme. De zuurstofconsumptie van het hart neemt hierdoor wel toe! Dit medicijn wordt voorgeschreven bij boezemfibrilleren.

Bètablokker: zie hierboven

Diuretica (plaspillen): Zorgen voor de afvoer van te veel vocht via urine. Door het verlies van vocht verlaagt het bloedvolume Dit zal leiden tot een verlaging van de bloeddruk.

ACE-remmer: ACE-remmers zorgen voor een verlaging van de perifere weerstand, wat de bloeddruk verlaagt

Angiotensine II antagonist: Het hormoon angiotensine heeft een bloeddruk-verhogende werking, doordat het vaten vernauwt waardoor de perifere weerstand wordt verhoogd. Door de receptoren voor angiotensine II te blokkeren met een antagonist wordt de bloeddrukverhogende werking teniet gedaan.

Calciumantagonisten: De meeste calciumantagonisten remmen de werking van calciumionen, waardoor de spiercellen minder goed kunnen samentrekken. De instroom van calciumionen in de hartspiercellen wordt verminderd. Hierdoor vermindert de kracht van de hartslag en het hartritme wordt ook verlaagd. De samentrekkingstoestand van de kleine slagaders wordt ook door calcium-antagonisten verminderd en dat verlaagt de perifere weerstand.

Nitraten en nitrieten: verslappen de gladde spieren van zowel de slagaders als de aders, waardoor de diameter van het bloedvat groter wordt. Hierdoor kan er meer bloed door en wordt de bloeddruk verlaagd. De perifere weerstand wordt dus minder.