1.4 - Bloedvaten

Het hart pompt het bloed rond door ons bloedvaatstelsel: Via de slagaders en de kleine slagaders naar de haarvaten die in de organen zuurstof afgeven. Na het orgaan komen de haarvaten bij elkaar in kleine aders en daarna via dikkere aders terug naar het hart (Binas tabel 84A+E).

De bloeddruk die door het hart wordt opgebouwd is het hoogst in de slagaders en het laagst in de aders. Het drukverloop is de drijvende kracht voor de stroming van ons bloed (figuur 7).

Figuur 7. Drukverloop in het bloedvatensysteem

Slagaders zijn op een andere manier opgebouwd dan haarvaten en aders. De binnenste laag, de endotheel cellen is bij alle bloedvaten maar één enkele laag dik. Aan de buitenkant van de bloedvaten zitten wel verschillen (figuur 8 hieronder).

De slagaders hebben een dikke wand met een elastische tussenlaag en gladde spierlaag. Bij kleinere slagaders bestaat de wand uit endotheel en gladde spierlaag. De haarvaten bestaan alleen uit endotheel. Dit is nodig omdat er in de haarvaten uitwisseling van verschillende stoffen is zoals zuurstof, maar ook de alcohol uit Kees zijn biertje. De kleine aders bestaan uit endotheel en bindweefsel. De grotere aders hebben weer wat elastisch materiaal en ook gladde spier. Hun wand is wel veel dunner dan die van de elastische slagaders.

Figuur 8. Opbouw van de wand van bloedvaten

Het hart pompt tijdens iedere samentrekking een hoeveelheid bloed in de slagader. Dit geeft een sterke verhoging van de druk. De slagader zet uit. Omdat de slagader elastisch is en zijn oorspronkelijke vorm wil aan-nemen, zal het bloed weg worden geduwd. Dit kan maar één kant op want nadat het bloed de slagader in is gepompt komt het hart in de diastole. In deze fase is de halvemaan-vormige klep gesloten en kan het bloed niet terug het hart instromen, dus gaat het bloed het vaatstelsel in.

Slagaders veren door de dikke spierlaag en de elastische laag terug naar hun oorspronkelijke diameter (figuur 9). De aders zijn veel minder elastisch, maar makkelijker op te rekken. Dit zorgt ervoor dat de aders zich, zonder dat er een hoge druk voor nodig is, aanpassen aan de hoeveelheid bloed die naar het hart terug stroomt.

 

Bloedsomloop

Bij de mens is er sprake van een dubbele bloedsomloop: de kleine bloedsomloop haalt zuurstof op in de longen. Er gaat zuurstofarm bloed van de rechterkamer naar de longen, en  zuurstofrijk bloed van de longen terug naar de linkerboezem van het hart (figuur 10).

De grote bloedsomloop brengt zuurstof naar de organen: zuurstofrijk bloed wordt vanuit de linkerkamer het lichaam ingepompt via de aorta naar de organen. Daar wordt zuurstof afgegeven en dan via de holle ader weer terug naar de rechterboezem van het hart.

Figuur 10. De dubbele bloedsomloop bij de mens