1.6. Gemiddelde slagaderdruk (MAP)
Meestal worden onder- en bovendruk gebruikt om de bloeddruk aan te geven. Maar je kunt ook één maat nemen. Ze gebruiken hiervoor dan de MAP (Mean Arterial Pressure), de gemiddelde slagaderdruk. De MAP is niet het gemiddelde van de bovendruk en onderdruk, maar er wordt rekening gehouden met de verschillen in de hartcyclus. De hartcyclus bestaat namelijk voor 2/3 van de tijd uit de diastole (onderdruk) en voor 1/3 uit de systole (bovendruk).
Formule voor MAP:
Aan de linkerkant van figuur 13 wordt de linkerkamer van het hart afgebeeld, en met een pijl wordt aangeven dat het bloed onder grote druk de aorta in wordt geduwd. Aan de rechterkant van het figuur zie je dat de wisselende perifere weerstand wordt
afgebeeld als schroeven die je kunt aandraaien. Het bloed kan er minder makkelijk langs als de schroeven worden aangedraaid, dus bij vaatvernauwing.

De MAP wordt bepaald door 2 factoren (figuur 13):