2.1 - De rol van cholesterol

Cholesterol speelt een belangrijke rol in het proces slagaderverkalking. Cholesterol is een bouwstof voor cellen. Cholesterol bindt aan bepaalde eiwitten om makkelijker te kunnen worden vervoerd door het bloed. Deze eiwitten zijn: HDL (High Density Lipoprotein) en LDL (Low Density Lipoprotein). Dan spreken we over HDL-cholesterol of LDL-cholesterol. HDL-cholesterol is gunstig omdat het afgebroken kan worden in de lever. LDL-cholestrol wordt veel minder makkelijk afgebroken en kan zich in de vaten afzetten. Daarom geeft LDL-cholesterol een hoger risico op hart- en vaatziekten. Dan kunnen er op bepaalde plekken ophopingen van cholesterol ontstaan: plaques (spreek uit: plak). Die leiden tot vernauwingen in je vaten.

Een plaque begint met een beschadiging van de binnenwand van slagaders. Cholesterol en andere stoffen dringen de vaatwand in via de endotheellaag. Het afweersysteem reageert op de veranderde situatie en bepaalde witte bloedcellen nemen grote hoeveelheden cholesterol op. Deze cellen worden dan schuimcellen genoemd.

Een opeenhoping van deze schuimcellen wordt een fatty streak genoemd (vettige streep) genoemd (figuur 15 onderdeel B). De vorming van een fatty streak kan al op jonge leeftijd ontstaan door roken, hoge bloeddruk, hoge cholesterolwaarden of stresshormonen. Deze risico-factoren kunnen namelijk de endotheellaag in vaten beschadigen, waardoor LDL-cholesterol makkelijker de wand binnen kan dringen.

Als de fatty streak dikker wordt gaat zich op den duur kalk afzetten, vandaar de naam slagaderverkalking. Dan ontstaat er een vernauwing waardoor er minder bloed door de slagader kan stromen. Ook wordt er een laag bindweefsel gevormd als kapsel over de plaque heen. De dikke laag bindweefsel zorgt voor in eerste instantie voor een stabiele plaque (figuur 15 onderdeel C), maar als de bindweefsellaag dunner wordt kan het kapsel sneller scheuren. Dan kan een stabiele plaque dus veranderen in een kwetsbare plaque (figuur 15 onderdeel D).

Figuur 15. Het ontstaan van een plaque