3.2 - Hoe vaak komen hart- en vaatziekten voor in Nederland?

Samen met kanker, vormen hart- en vaatziekten nog altijd de grootste doodsoorzaak in Nederland, met 33.100 sterfgevallen in 2008 (figuur 18).

Vrouwen overlijden vaker aan een beroerte (onderbrekeing van de bloedvoorziening naar de hersenen) of aan hartfalen (Het hart pompt te weinig bloed rond). Het aantal sterfgevallen aan hart- en vaatziekten daalt gestaag, maar het aantal ziekenhuisopnamen voor hart- en vaatziekten neemt wel toe.

 

Opdracht 17 Steeds minder sterfgevallen

In de laatste jaren is het aantal sterfgevallen aan een hartinfarct enorm gedaald. Hoe komt het dat in de loop der jaren steeds minder mensen overlijden aan een hartinfarct?

 

Opdracht 18 Kans op een hartinfarct

Geschat wordt dat slechts 60 procent van de mensen die in 2007 een hartinfarct doormaakten in het ziekenhuis zijn opgenomen.

Waarom denk je dat er maar 60% is opgenomen in het ziekenhuis? Wat is er met de andere 40% gebeurd?

 

Opdracht 19 Mortaliteit door hart- en vaatziekten

De Mortaliteit geeft aan hoeveel mensen sterven aan een ziekte, als percentage van het totaal aantal individuen. 

  1. Bereken de mortaliteit in Nederland in 2008 ten gevolge van hart- en vaatziekten met behulp van de gegevens die in figuur 18 staan. Nederland telde in 2008 ongeveer 16 miljoen inwoners.

  1. In 1980 overleden nog 50.352 mensen in Nederland aan een hartinfarct. Bereken ook de mortaliteit in 1980. Nederland had toen ongeveer 14 miljoen inwoners.

  1. Met hoeveel is de mortaliteit voor hart- en vaatziekten afgenomen tussen 1980 en 2008?