Lesformulier - les 2

Kerndoelen

Kerndoel 1 - Mondelinge taalvaardigheid: De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren deze informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven. In deze taalronde oefenen kinderen met luisteren naar anderen, informatie verwerken en eigen ervaringen gestructureerd vertellen.

Kerndoel 2 - Taalbeschouwing en woordenschat: De leerlingen leren taal te gebruiken als middel om te reflecteren op eigen ervaringen en om relaties te leggen met nieuwe begrippen. De kinderen breiden hun woordenschat uit met begrippen zoals warm, koud, smelten, bevriezen en gebruiken deze om eigen ervaringen te beschrijven.

Leerdoelen - kennis en/of vaardigheden

Leerlingen praten, luisteren en denken na over hun eigen ervaringen met reizen naar een warm en koud land en oefenen zo hun mondelinge taalvaardigheid.

Leerlingen breiden hun woordenschat uit door het lezen en de gesprekken rondom het prentenboek: Kleine ijsbeer in de tropen.

Eindopdracht om te bepalen of leerdoelen zijn behaald

...

Didactische opbouw – hoe bouw je de activiteiten op

Didactische opbouw - Doordacht Passend Lesmodel

Fase 1 – start/introductie:

Verwondering: Je komt de klas binnen met een koffer. Maak de koffer open en trek de items aan. Denk aan een muts, sjaal, slippers, handschoenen, een zonnebril en een zomers jurkje of korte broek.

Introductie: ""Wie van jullie heeft wel eens een reis gemaakt naar een ander land of een bijzondere plek? Was het daar warm of koud?"
Laat de leerlingen in één woord zeggen waar ze aan denken bij het woord reizen. Bijvoorbeeld koffer, vliegtuig of zon. Stel ook de volgende vragen: ''Welke talen spreken ze in de landen waar je bent geweest?'', ''Welke talen spreken jullie thuis/op reis?''. Maak in de introductie ook gebruik van het prentenboek ‘Kleine ijsbeer - Een ijsbeer in de tropen’. Kom terug op het verhaal van de ijsbeer die op reis is gegaan.

 

Fase 2 – interactieve instructie, modelling:
Heb je dit nodig in een warm of koud land?
Vertel de kinderen dat we het vandaag gaan hebben over warme en koude landen. Leg in het midden van de kring een plaat van de zomer en een plaat van de winter neer en pak de koffer erbij. In de koffer zitten spullen die te maken hebben met een warm land of een koud land. Samen met de kinderen haal je de spullen uit de koffer en categoriseer je de spullen bij de juiste plaat. Er zitten ook foto's in de koffer, een foto van een ijsje en een foto van een gesmolten ijsje. Bespreek met de kinderen wat er gebeurt als je het ijsje buiten in een warm of in een koud land legt. Gaat het dan bevriezen of smelten? Hoe zou dit kunnen? Daarnaast zit er een foto van een ijsbeer en een foto van een neushoorn in. Weten de kinderen nog welk dier waar leeft?
Korte vertelronde: ervaringen vanuit het kind zelf
Vraag: "Wie is wel eens naar een warm land geweest? Wat is je herinnering hieraan?" & "Wie is wel eens naar een koud land geweest of een plek waar het sneeuwde? Wat vond je daarvan?" Wie heeft ook wel eens...
Vraag: "Wie heeft wel eens ijs zien smelten in de zon?" & "Wie heeft wel eens water zien bevriezen in de winter?". De kinderen steken hun hand op en delen kort wat ze hebben gezien of meegemaakt.

Fase 3 – actieve verwerking:
Lijstje maken (met drie tekeningen)
Laat de kinderen drie dingen tekenen over reizen en weersomstandigheden:

* Wat hoort bij een warm land? (bijvoorbeeld een zon, strand, ijsje).

* Wat hoort bij een koud land? (bijvoorbeeld sneeuw, een sneeuwpop, een muts).

* Iets dat smelt of bevriest (bijvoorbeeld een ijsblokje, een plas water).

Bespreek daarna kort wat de kinderen hebben getekend.
Tweetalgesprek
Laat de kinderen in tweetallen praten: "Vertel elkaar over een moment waarop je iets hebt zien smelten of bevriezen. Waar was je? Wat gebeurde er?"
Vertelronde in de grote groep
Nodig na het tweetalgesprek enkele kinderen uit om iets te vertellen aan de hele groep:

* "Wie wil aan de groep vertellen over zijn of haar tekening?"

* "Wat vond jij het meest bijzondere aan reizen of smelten/bevriezen?".

 

Fase 4 – eind van de les: Afsluitend spel
Op Tiny tap staat een spel klaar, dit spel is voornamelijk gericht op deze les. In het spel krijgen de kinderen de opdracht om aan te geven of het voorwerp in een warm land of in een koud land wordt gebruikt. Na deze activiteit volgen nog een aantal optionele opdrachten die met de kinderen gedaan kunnen worden. Je kunt het spel klassikaal spelen op het digibord of individueel (verspreid over meerdere momenten op de dag) op de iPad.

Link: https://www.tinytap.com/activities/g5pqz/play/een-ijsbeer-in-de-tropen :

Benodigde materialen en voorbereiding

Voorbereiding:
Voorafgaand aan de les vul je een koffer met zomerse en winterse items. Daarnaast print je de werkbladen, de foto van een ijsje en chocolade, de zomer- en winterplaat (het lesmateriaal).

Optionele materialen:

* Knuffel ijsbeer

* Prentenboek: ‘Kleine ijsbeer - Een ijsbeer in de tropen’

* Digibord of iPad.

Klassenmanagement, differentiatie en ondersteuning in de klas

...

Overige

...