Vraag daarna of de leerlingen de tekst begrepen hebben. Ja, dan ga je door met vragen stellen. Nee, dan bespreek je met de leerlingen te tekst en geef zelf uitleg of je geeft een leerling de beurt.
Denkstimulerende vragen
De vrienden zijn weg. Alle gebruikte spullen moeten worden opgeruimd. Ruim jij alles op? Ja, hoe doe je dat? Nee wie doet het dan?
Ruim je dezelfde avond alles op? Ja, waarom? Nee, wat doe je dan?
Wat gebeurt er als je een bord of een glas laat vallen?
Help jij thuis met de afwas? Wat doe je dan precies?
Hebben jullie thuis een afwasmachine? Pak jij die ook wel eens In? Ja, hoe doe je dat dan?
Heb jij taken thuis? bv. je eigen kamer opruimen. Wat en hoe doe je dat?
In het verhaal wordt de afwas gedaan. Ken je een ander woord voor afwas?
Opdrachten en werkbladen
Uitleg bij opdracht 1: Wat heb je nodig bij de afwas?
Verzamel de materialen je nodig hebt om te afwassen. De leerlingen zitten in de kring. In het midden staan de materialen om af te wassen. Benoem wat je nodig hebt om te kunnen afwassen. Bespreek met de leerlingen de temperatuur van het water, de hoeveelheid afwasmiddel. Werkblad Hoofdstuk 6 werkblad 1
Uitleg bij opdracht 2: Wat is de juiste volgorde?
Bekijk samen met de leerlingen de video
Vraag na afloop wat de leerlingen gezien en gehoord hebben. laat evt. de video nog een keer zien. Alle leerlingen krijgen het werkblad. Neem samen met de leerlingen de vragen door. Bij het maken van de opdracht kunnen de leerlingen op hun tablet de video herhalen om hun opdracht uit te voeren. Dit kan ook gezamenlijk, in kleine groepjes of individueel. Werkblad Hoofdstuk 6 werkblad 2