Kerndoelen en leerlijnen

 

Kerndoelen VSO SLO

voor onderwijs aan leerlingen die uitstromen naar dagbesteding

Nederlands
Kerndoel 2 (Domein communicatie): De leerling doet informatie op met teksten.
2a. De leerling toont basaal begrip van teksten.
Kerndoel 3 (Domein communicatie): De leerling werkt met teksten
3b. De leerling gebruikt taal op een creatieve manier
Kerndoel 6 (Domein taal): De leerling verkent taal als systeem.
6a. De leerling verkent de relatie tussen vorm en betekenis van taal.
6b. De leerling benut kennis over spelling bij het schriftelijk formuleren.
Rekenen en wiskunde
Kerndoel 9 (Domein wiskundige concepten): De leerling werkt met getallen en verhoudingen
A. Getallen
B. Verhoudingen
Kerndoel 10 (Domein wiskundige concepten): De leerlingen hanteert grootheden en eenheden
A. Grootheden en bijpassende eenheden
B. Grootheid tijd en bijpassende eenheden
C. Grootheid geld en bijpassende eenheden

Koppeling aan leerlijn(en)

 

 

Leerlijn mondelinge taal (CED) niveau 5
2.3. Begrijpend luisteren
Voert een meervoudige opdracht uit binnen het hier en nu (ga naar juf Els en vraag krijt)
3.3. Een gesprek voeren
Neemt het woord in een (kring)gesprek
3.5. Iemand iets vragen
Vraagt de leerkracht of hij hem iets mag vragen
Leerlijn mondeling taal CED) niveau 6
2.3. Begrijpend luisteren
Begrijpt de hoofdzaak in een mondelinge tekst
3.3. Een gesprek voeren
Begrijpt en gebruikt woorden om een gesprek op gang te houden
Geeft en neemt de beurt in een gesprek
4.3. Actieve woordenschat
Vraagt om verduidelijking van de betekenis van een woord
Leerlijn schriftelijke taal (CED) niveau 5
Niveau 5
1.9 Woord en tekstlezen
Leest op AVI-start (niet op tijd)
1.13 Boekorientatie
Stelt vragen over het verhaal om het beter te begrijpen
1.14 begrijpend lezen
Koppelt een zelf gelezen woord of korte zin aan een afbeelding of handeling
Leerlijn Schriftelijke taal (CED) niveau 6
1.9. Woord en tekstlezen
Leest op AVI-Start
Leest op AVI-M3
1.14. Begrijpend lezen
Koppelt zelf gelezen zinnen aan een concrete situatie
2.3. Spellen
Schrijft klankzuivere MKM woorden met korte en lange klinkers
Leerlijn rekenen dagbesteding (CED) niveau 5
1.1 Aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen
Wijst binnen een context aan wat bedoeld wordt met meeste-minste
2.1. cijfers en getallen
Kent de positie van de getallen tot en met 10 ten opzichte van elkaar
6.2. Bedragen aflezen, afronden en vergelijken
Weet hoe geldbedragen globaal eruit zien (bijv. op prijsstickers/ reclamefolders)
Leerlijn rekenen dagbesteding (CED) niveau 6
1.1 Aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen
Weet binnen een context wat bedoeld wordt met hoeveel meer, hoeveel minder
2.2. Cijfers en getallen
Herkent, benoemt en schrijft getallen t/m 20
6.2. Bedragen aflezen, afronden en vergelijken
Hanteert binnen een context actief begrippen als: (te) duur-duurder, goedkoop-goedkoper
Doel in leerlingtaal
Nederlands
Je leest hoe je een verjaardagsfeest kunt organiseren.
Je leert een boodschappenlijst maken.
Je leert welke boodschappen je nodig hebt voor een verjaardagsfeest.
Rekenen
Je leert hoe je kunt zien hoe duur een product is.
Je leert hoe je boodschappen kunt scannen.
Je leert hoe je betaalt bij de scankassa.