Hoofdstuk 3: Naar de supermarkt

Lees eerst met de leerlingen hoofdstuk 3: Naar de supermarkt

Vraag daarna of de leerlingen de tekst begrepen hebben. Ja, dan ga je door met vragen stellen. Nee, dan bespreek je met de leerlingen te tekst en geef zelf uitleg of je geeft een leerling de beurt.

Denkstimulerende vragen

Opdrachten en werkbladen

 
Uitleg bij opdracht 1: Zoek de foto's, plastic zakken, folders, levensmiddelenverpakkingen en kassabonnen van dezelfde supermarkt bij elkaar.
Maak voor deze les evt. met de leerlingen een wandeltocht langs verschillende supermarkten.
De leerlingen zitten in een kring. In het midden liggen foto's, plastic zakken, folders, levensmiddelenverpakkingen van het huismerk en kassabonnen. Laat een foto van de supermarkt zien en vraag aan de leerlingen welke supermarkt dit is.
Laat daarna de leerlingen om de beurt de reclamefolder, plastic zak, levensmiddelenverpakking, kassabon erbij zoeken.
 
Uitleg bij opdracht 2: Op welke manieren kun je bij de kassa betalen?
In les twee hebben de leerlingen een boodschappenlijst gemaakt. In deze les gaan ze de producten op het boodschappenlijstje in 'de schoolsupermarkt' kopen. Ze krijgen een portemonnee met voldoende (nep)geld en of 'een betaalpas' mee. Eén leerling  is kassière. Zij vraagt aan de klant hoe hij/zij wil betalen. Begeleid de leerlingen tijdens het betaalproces.
Verdieping: Als voorbereiding op het boodschappen doen, kun je de instructievideo contactloos betalen met een bankpas samen met de leerlingen bekijken. Bespreek met de leerlingen de inhoud van de video. Een andere instructievideo is betalen met je mobiel. Hier betaal je met je mobiel.
 
Uitleg bij opdracht 3: Vul deze puzzel in
Laat de puzzel op het digibord zien. Lees één voor één de vraag. Laat de leerlingen antwoorden. Het goede antwoord wordt in de juiste hokjes geschreven. laat de leerlingen het woord raden. Werkblad Hoofdstuk 3 werkblad 1
Het antwoord is verjaardag.

Uitleg bij werkblad 2: In welke winkels koop je wat?
Het werkblad staat op het Digibord. Vraag aan de leerlingen of zij de afbeeldingen herkennen. Introduceer het woord logo. (Een logo is een symbool waaraan je een winkel of product herkent.)  Bespreek met de leerlingen wat je in de betreffende winkel kunt kopen. Daarna knippen de leerlingen de logo's uit, plakken de logo's die bij elkaar horen bij elkaar en schrijven of tekenen wat je daar kunt kopen. Werkblad Hoofdstuk 3 werkblad 2