Vraag daarna of de leerlingen de tekst begrepen hebben. Ja, dan ga je door met vragen stellen. Nee, dan bespreek je met de leerlingen te tekst en geef zelf uitleg of je geeft een leerling de beurt.
Denkstimulerende vragen
In het verhaal staat dat de er een boodschappenlijst gemaakt wordt. Weet jij wat een boodschappenlijst is? Maak jij weleens een boodschappenlijst? Ja, waarom dan?
Wat eet je meestal wanneer iemand jarig is?
Vind je taart lekker? Welke soort taart vind jij het lekkerst? Weet jij hoe je een taart bakt? ?
De persoon haalt taart in de supermarkt? Waar kun je nog meer een taart kopen?
Weet jij het verschuil tussen taart en gebak?
Is taart eten gezond? Kun je vertellen waarom je dat denkt?
De cola is in de reclame. Kun je vertellen wat reclame is, wat een actie is? Wat betekent 2 halen, 1 betalen?
Opdrachten en werkbladen
Uitleg opdracht 1: Maak een boodschappenlijst
In het verhaal wordt een boodschappenlijst gemaakt. bespreek met de leerlingen welke boodschappen zij willen halen voor hun eigen verjaardag. Schrijf de antwoorden op het digibord. Laat daarna de leerlingen zelf kiezen welke boodschappen zij willen halen. Zorg voor reclamefolders van verschillende supermarkten. Laat hen zelf zoeken hoe duur een product is. Laat het daarna met een rekenmachine bij elkaar optellen. Een alternatief voor reclamefolders is dat de leerlingen op internet de bedragen van de producten opzoeken. De bedragen worden achter het product geschreven.
Nadat de leerlingen bij de opdracht ‘het maken een boodschappenlijst’ een boodschappenlijst hebben samengesteld, kunnen ze dit in “de schoolsupermarkt” kopen. Ook krijgen ze een portemonnee met voldoende (nep)geld en een ‘betaalpas mee om de boodschappen te kunnen betalen. Eén leerling is de kassière. Zij vraagt aan de ‘klant’ hoe hij/zij wil betalen. Begeleid de leerlingen tijdens het betaalproces.
Uitleg opdracht 2: Welk woord hoort bij welke afbeelding. Trek een lijn.
Het werkblad staat op het Digibord. Laat de leerlingen vertellen wat ze zien. Geef daarna de opdracht: Trek een lijn van het woord naar de afbeelding. Daarna voeren de leerlingen de opdracht uit. Evalueer samen met de leerlingen of de opdracht goed is ingevuld. Hoofstuk 2 Werkblad 2