Trainen met data

 

AI-training begint met data. Dat zijn allemaal voorbeelden zoals foto’s, teksten, video's, geluidopnames of getallen.

Net als jij oefent met sommen of spelling, geeft data de computer steeds nieuwe oefenstof.
Tijdens het trainen bekijkt de AI duizenden plaatjes of zinnen en zoekt het steeds naar overeenkomsten. Zo leert het bijvoorbeeld dat een kat vaak puntige oren en snorharen heeft.
Hoe meer en betere data je gebruikt, hoe slimmer de AI wordt. Uiteindelijk kan het door alles wat hij geleerd heeft zelf nieuwe dingen herkennen of voorspellen.

 

Vis met vingers?

Er was eens een professor aan de universiteit van Leiden die hier onderzoek naar heeft gedaan. Ze deden een onderzoek met een AI die geleerd had om iedere vis te herkennen.
Maar wat bleek, op een gegeven moment zei de AI dat het geleerd had dat een vis vingers had!

Huh? Heb jij ooit een vis met vingers gezien??
Wat bleek, de AI was getraind met heel veel foto's van vissers die hun gevangen vis aan het showen waren op de foto, met de vingers dus in beeld!

   

Zo kan de AI dus conclusies trekken die echt niet kloppen.

 

 

Kijk nu deze video (let op, 11 minuten!) over het trainen van AI.

 

Hoe train je AI?