Doel:
Nadenken over het maken van dingen met AI.
Wat zijn de gevolgen daarvan voor anderen?
En hoe denkt de wet daar over?
Benodigdheden per groepje:
Er zijn 24 kaartjes met verschillende voorbeelden er op.
Hoe de kaartjes gebruikt worden, hoor je van je meester of juf.

1. Beginnen
Eén leerling van jullie groepje begint met het voorlezen van een kaartje. De andere leden van het groepje zeggen één voor één wat zij denken en vinden van dit voorbeeld. De lezer van het kaartje is altijd als laatste aan de beurt om zijn mening te geven.
Als iedereen geweest is, gaat een ander kind een kaartje voorlezen en gaat iedereen weer langs om te vragen wat ze er van denken.
Zo gaan jullie door tot de tijd om is.
2. Wat vinden anderen er van?
De juf of meester heeft een aantal voorbeeldkaartjes uitgekozen om klassikaal te bespreken.
Je mag ook vragen stellen over bepaalde voorbeelden waar je meer over wilt weten.