In deze les heb je geleerd dat AI werkt door heel veel voorbeelden (data) te bekijken en daarvan te leren. Net zoals jij leert door veel te oefenen met sommen of lezen, ‘leert’ een AI-systeem door telkens zijn voorspellingen te vergelijken met de juiste antwoorden en zichzelf bij te sturen.
We maakten de vergelijking met jouw eigen hersenen: die verbinden miljarden zenuwcellen (neuronen) om informatie te verwerken. Een neuraal netwerk van AI doet precies hetzelfde, maar dan digitaal in lagen. Hoe meer én hoe beter de data die je aan zo’n netwerk geeft, hoe slimmer en betrouwbaarder de AI wordt.
Tegelijk bespraken we waarom het belangrijk is om voorzichtig te zijn met je eigen data: persoonlijke gegevens kun je niet ‘bezitten’, maar je mag wel zelf bepalen wie ze mag gebruiken.
Geef alleen informatie vrij als je zeker weet dat het veilig is, zodat de AI niet leert van onbetrouwbare of privacy-gevoelige voorbeelden. Of dingen kan genereren met bijvoorbeeld foto's van jou of je stemgeluid uit een online filmpje.
Kijk nog maar eens even dit grappige filmpje, dat zet je vast aan het denken:
Jij bent raar genoeg niet de eigenaar van je eigen data, maar je hebt wel zeggenschap. Apps en websites verzamelen informatie over wat je doet, maar alleen als jij toestemming geeft. Die toestemming geef je vaak door “ja” of "akkoord" te klikken bij de kleine lettertjes van de gebruiksvoorwaarden.