Een vochtbalans is een overzicht waarin je bijhoudt hoeveel vocht een cliënt binnenkrijgt (inname) en hoeveel vocht het lichaam verlaat (uitscheiding).
Je noteert bijvoorbeeld:
Drinken (water, thee, koffie, sap)
Vloeibaar voedsel (soep, yoghurt, vla)
Infuusvloeistoffen
Urine
Diarree
Braken
Wondvocht (bij veel lekkage)
Aan het einde van de dag kun je zien of er een positieve balans (meer inname dan uitscheiding) of negatieve balans (meer uitscheiding dan inname) is.

Waar dient een vochtbalans voor?
Een vochtbalans helpt om te controleren of een cliënt:
✔ genoeg drinkt
✔ risico heeft op uitdroging (dehydratie)
✔ risico heeft op overvulling (vocht vasthouden, oedeem)
✔ veilig medicatie kan krijgen (sommige medicijnen werken anders bij te veel of te weinig vocht)
✔ extra zorg nodig heeft, zoals infuus, vochtbeperking of extra observatie
Het is een hulpmiddel om klinisch te redeneren en problemen vroeg te signaleren.
Wanneer zet je als verpleegkundige een vochtbalans in?
Je gebruikt een vochtbalans niet bij iedereen, maar wél wanneer er een risico bestaat op verstoring van de vochthuishouding, zoals bij:
1. Risico op uitdroging
Bijvoorbeeld bij:
Ouderen die weinig drinken
Koorts
Diarree of braken
Warm weer
Cliënten die suf zijn of niet goed zelf kunnen drinken
2. Risico op overvulling (vocht vasthouden)
Bijvoorbeeld bij:
Hartfalen
Nierfalen
Mensen met oedeem (dikke benen)
Cliënten met vochtbeperking
3. Onduidelijke klachten
Zoals:
Verminderde urineproductie
Donkere urine
Duizeligheid
Dorst of juist geen dorst
Verwarring
4. Medische noodzaak
Zoals:
Starten of controleren van infuus
Voorbereiding op operatie
Medicatie die invloed heeft op vocht (bijv. diuretica / plastabletten)
rts vraagt gericht om een vochtbalans