
Dit is Alan Turing. Hij bedacht al voor 1950 een manier om er achter te komen of je met een mens of een robot te maken had. Hij bedacht een imitatiespel. Dat noemen we nu de 'Turing-test'.
Nu ga je zelf een soort Turing-test doen met elkaar.
Je meester of juf gaat het je uitleggen!
Turing-test staat voor een beroemde test om te zien of een computerprogramma echt intelligent is.
Doel: Ervaren hoe moeilijk het is om een mens van een computer (robot) te onderscheiden aan de hand van alleen taal.
1. Voorbereiding
Vorm groepjes van 3 leerlingen.
In elk groepje kiest één leerling de rol Tester, één leerling de rol Mens en één leerling de rol Robot.
Ieder groepje krijgt instructies van de leraar over de werkvorm.
De Robot krijgt een tekstblad met voorbeeld antwoorden. Hij mag alleen uit deze antwoorden kiezen! De Mens krijgt een leeg blad en bedenkt zelf antwoorden.
2. Het gesprek
De Tester stelt om de beurt de vragen aan zowel Mens als Robot (in willekeurige volgorde)
Mens en Robot beantwoorden iedere vraag kort (Max. één zin). Ze wachten allebei 5 tellen met antwoorden en kijken allebei op hun papier als ze antwoorden.
3. Gissen en noteren
Na 3 vragen raadt de Tester wie de Mens of de Robot is.
4. Wissel van rol
Herhaal de opdracht totdat alle leerlingen in elke rol (Tester, Mens, Robot) hebben gezeten.
5. Klassikale nabespreking
Hoe vaak raadde je goed?
Welke antwoorden maakten het moeilijker om te kiezen?
Welke vragen zouden volgens jou betere aanwijzingen geven?
6. Reflectievragen
Waarom is het lastig om aan taal alleen te merken of iets door een mens of computer is bedacht?
Maak zelf een blad of meerdere bladen met antwoorden waarmee het moeilijker wordt om de computer te ontmaskeren.
Met deze proef ervaar je zelf hoe een robot met taal kan “verstoppen” dat hij geen mens is, en leer je nadenken over de grenzen van AI en menselijke taal.