De Slimste Mens

Wat heb je nodig: drie begrippen of woorden

Geschikt voor: alle vakken

Wil je de les op een speelse en competatieve manier beginnen? Speel dan De Slimste Mens. Dit is een onderdeel uit het gelijknamige TV programma waarbij leerlingen drie begrippen of woorden moeten raden uit de omschrijvingen op het bord. Ieder begrip wordt door vier omschrijvingen of trefwoorden duidelijk gemaakt. Zij zoeken de verbanden en raden jouw begrippen of woorden. Op de eerste pagina van je PowerPoint staan deze twaalf omschrijvingen of trefwoorden. Laat de leerlingen opschrijven waar ze aan denken. Jij bepaalt wie een begrip mag raden. Wanneer de begrippen geraden zijn, of wanneer de tijd om is, ga je over naar de volgende pagina waar dezelfde begrippen in drie verschillende kleuren staan aangegeven. Loop per begrip de omschrijvingen die daar bij horen even kort door en geef daarna snel een opdracht die daar mee te maken heeft.

Bas Koster

De Slimste Mens.pptx

De Slimste Mens.xlsx

Vliegende Start

Een Lesopening uit ‘Een goed begin is het halve werk’ van Frank Gaarthuis

Bij een standaard-les kun je denken aan de volgende lesonderdelen:

Wanneer je de opening meteen kunt over laten gaan in de eerste instructie, ben je bezig met een ‘Vliegende Start’, die we goed kunnen gebruiken nu we lessen van 50 minuten hebben. In de komende afleveringen van de BER zal ik steeds een lesopening bespreken uit het boekje van Frank Gaarthuis.

 

Wat heb je nodig: een foto

Geschikt voor: alle vakken

Met een zelfgemaakte foto in de hand of op het digibord wek je direct bij binnenkomst de interesse van je leerlingen. Denk hierbij aan een foto die te maken heeft met het thema van de les. Vertel iets over de foto of stel leerlingen een vraag. Richt hiermee de aandacht op het lesonderwerp. Door een foto van jezelf te gebruiken leren de leerlingen jou beter kennen. Zo heb ik wel eens een foto van mezelf laten zien op de Waddenzee bij laag water. De grond is wel een beetje nat, maar tot aan de horizon zie je haast geen water. Met de vraag: “Waar denk je dat ik toen was?” kun je de verwondering over droogvallend land stimuleren en het bijvoorbeeld hebben over ‘diepte van water en negatieve getallen’, of ‘een periodiek verband’.

Bas Koster