Grammatica Duits

Op les-inspiratie-observatie bij Conchita

Namens de werkgroep onderwijs, mocht ik op lesbezoek bij Conchita Lavalette. Conchita legt mij uit dat een van de belangrijkste basale grammaticale onderwerpen het vervoegen van een regelmatig werkwoord op -en is.

Leerlingen in mavo en havo vinden dit heel lastig en vaak hoort zij zinnetjes als: “er heiße Gijs” ipv “er heißt Gijs”. Om te zorgen dat de leerlingen dit beter gaan onthouden, heeft Conchita deze opdracht met kaartjes gemaakt. Op 4 november mocht ik komen kijken, bij 2Mc, een klas die ik zelf ook les geef.

Conchita start met de uitleg van wat theorie over het vervoegen van werkwoorden en zet hierbij de (Fe)esttenten regel op het whiteboard.

De leerlingen krijgen allemaal twee setjes met gekleurde blaadjes.

Geel = persoonlijk voornaamwoord: Wir, ich, du, er, die, es, ihr en Sie

Rood = het regelmatige werkwoord spielen: spiele, spielst, spielt, spielen

Ook krijgen ze een rood en een groen blaadje om te stemmen.

Het eerste ‘spel’ is met de groen – rood kaartjes:

De leerlingen letten heel goed op en proberen zo snel mogelijk het juiste, gekleurde blaadje omhoog te houden. Goed = groen, fout = rood.

 

Deel twee, het persoonlijk voornaamwoord combineren met de juiste werkwoordsvorm:

Conchita noemt bijvoorbeeld op: “Wij spelen” en ook “Hij speelt”. De leerlingen hebben duidelijk veel lol in het uitzoeken wat telkens het juiste antwoord en dus de juiste combinatie is. Er wordt eerst klassikaal geoefend, daarna krijgen leerlingen de beurt om de juiste combinatie te zoeken en wordt er een woord aan toegevoegd.

Conchita wijst een leerling aan en zegt “Ik speel voetbal”. De aangewezen leerling doet twee kaartjes omhoog en zegt dan het derde woord erbij op. Het woord dat ze erbij moeten zeggen, zijn de woorden die ze moesten leren voor deze les.

 

Het derde deel: Is deze zin goed of fout?:

Conchita leest een zin op. De leerlingen doen het groene of rode kaartje omhoog. Als het fout was, vraagt Conchita aan een leerling wat dan wel het goede antwoord zou zijn. Iedereen is alert. Ze willen elkaar ook graag helpen, als iemand het niet weet. En telkens komt Conchita terug op de Feesttentenregel om weer even duidelijk te hebben, waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt.

Na een kwartier oefenen met de blaadjes, worden de setjes weer gestapeld. Conchita maakt complimenten, omdat zij merkt dat de klas het goed begrijpt. Iedereen mag zijn boek erbij pakken en de rest van de les gaat verder.

Ik vond het heel leuk en inspirerend om te zien hoe Conchita deze les gaf. Maar vooral vond ik het heel mooi om te zien hoe alert de leerlingen waren tijdens deze oefening. Toen ze daarna in hun werkboek gingen werken, stonden de leerlingen nog steeds heel ‘aan’. Conchita, nogmaals dankjewel voor deze les-inspiratie-observatie!

Marloes Verstraeten

 

Bron: BER 10 7-11-2025