
Deze opdracht ga je op zoek naar structuur in je muziek. Welke stukje hoort waar?
Haal je opnames van de hooks uit het vorige level erbij en denk na over welk stukje waar hoort. Waarschijnlijk klinkt het ene namelijk meer als refrein en het andere meer als couplet.
Welke onderdelen zijn er allemaal?
Verse (couplet): Hierin vertel je het verhaal.
Chorus (refrein): Dit is het belangrijkste gedeelte van het lied. De melodie kun je meezingen en blijft makkelijk in je hoofd hangen.
Bridge (brug): Hij is anders dan het couplet en het refrein. Het is dus een nieuwe melodie en tekst met vaak ook andere akkoorden. Het geeft vaak een verrassende draai aan het lied.
Pre-chorus: Komt voor ieder refrein en muzikaal werkt het heel duidelijk naar het refrein toe.
Verder heb je vaak nog vaak een intro, outro en een solo.
Een paar voorbeelden van veel voorkomende structuren:
intro, couplet 1, couplet 2, pre chorus, refrein, couplet 3, pre chorus, refrein, bridge, solo, refrein, refrein, outro
intro, refrein, couplet, refrein, couplet, bridge, refrein, refrein.
Nu je weet welk stukje waar moet, kun je die volgorde in Waveform zetten. Dat is veel knip en plakwerk. Een stukje muziek komt vaak in een veelfout van 4, dus kunnen tellen is ook een must.
Check deze video voor uitleg:
Het is tijd om alles af te maken, zodat het ook echt een nummer wordt. Je hook is waarschijnlijk bijvoorbeeld het begin van je refrein. In het coupletten vertel je het verhaal. Blijf goed luisteren wat je lied ‘nodig’ heeft.
Als je klaar bent met de volgorde, kun je laagjes gaan maken. Deze laagjes zijn belangrijk om je muziek wat diepte te geven.
Kijk naar dit filmpje om te zien wat dat betekent:
1. Akkoorden met meer instrumenten: Je hebt al geleerd hoe je dezelfde akkoorden op verschillende manieren kunt spelen. Maak dus een aantal nieuwe tracks met nieuwe sounds probeer zo verschillende technieken te combineren. Je kunt bijvoorbeeld meer instrumenten opnemen voor in het refrein, zodat die luider en voller klinkt.
2. Bas: Onder je akkoorden zit vaak een bas. Een bas bestaat meestal uit de grondtoon van je akkoorden, maar dat hoeft niet.
3. Contramelodie: Soms is het fijn om een sound te nemen waarmee je, meestal met lange noten, een andere melodie speelt over je akkoorden. Dat noem je een contramelodie. Dat doe je meestal met hogere tonen.
4. Events: Een goed stuk muziek kan tegenwoordig niet meer zonder zogenaamde events. Een event kan een break zijn in de drums, een plotselinge kort stilte, een schreeuw, een wisseling van ritme, een verandering van toonsoort en nog veel meer. hiermee geef je aan dat het ene stuk voorbij is en het volgende stuk begint. Meer hierover vind je verderop in deze cursus.
Vergeet de gevorderdensectie niet voor meer sounds als je die nodig hebt.
Bekijk dit filmpje om te zien hoe je een baslijntje inspeelt:
En kijk dit filmpje over andere laagjes:
Bekijk deze video als je laptop ineens heel traag wordt en je geluid begint te hakkelen:
Je hebt nu bijna een complete track. Render/exporteer die als mp3 en lever die in.
Schrijf verder in je agenda dat je de volgende keer een aantal dekens en jassen meeneemt. We gaan namelijk audio opnemen en dan heb je materiaal nodig waarmee je geluid kunt dempen.
Vergeet ook vooral niet om al je werk vaak op te slaan.