|
UITLEG |
|
In de vraaglijn is het verband tussen:
Je kunt de wiskundige vergelijking van een vraaglijn gebruiken om deze in een grafiek te tekenen. Een voorbeeld van zo'n vergelijking is: qv = -0,75p + 150
Door een aantal bedragen (minimaal 2) voor p in de vergelijking in te vullen en de bijbehorende gevraagde hoeveelheid uit te rekenen, heb je twee punten die je in een grafiek kunt zetten en waar je een lijn doorheen kunt tekenen. Dat is de vraaglijn. Bij de volgende opdracht ga je hiermee aan de slag. |
|
UITLEG |
|
Het consumentensurplus gaat over alle mensen die bereid zijn om meer te Het consumentensurplus van Sabine is dan bijvoorbeeld: 20 - 11 = 9 euro.
Als je de vraaglijn van een product weet dan kan je ook het totale
Bij een prijs van 5 euro is de vraag: qv = -25 x 5 + 250 = 125. Het consumentensurplus bij een prijs van 5 euro kan je in de grafiek tekenen door een horizontale lijn te tekenen ter hoogte van 5 euro. Vervolgens arceer je het gebied tussen deze horizontale lijn en de vraaglijn zodat er een driehoek ontstaat. Je ziet dit in de figuur hiernaast. Als je het consumentensurplus wilt berekenen, moet je de oppervlakte van de gearceerde driehoek berekenen. Hiervoor gebruik je de wiskundige formule: In het voorbeeld:
|