Evaluatie

Op deze pagina vind je het proces omtrent het evalueren van de activiteiten binnen de Opleidingswerkplaats. Eveneens vind je hier de vragen die beantwoord dienen te worden voor de voor de tussentijdse evaluaties en de eindevaluatie.

 

Evaluatieproces

Naast de doorlopende monitoring zijn er vier formele evaluatiemomenten, telkens aan het einde van ieder kwartaal. Door deze vaste structuur kunnen voortgang, knelpunten, behaalde resultaten en mogelijke opbrengsten tijdig besproken worden en kunnen er direct stappen gezet worden om te zorgen dat opbrengsten een duurzame plek krijgen in het bredere onderwijsveld. Tijdens de evaluatiegesprekken wordt er terug en vooruitgekeken op het project. Er is ruimte voor toelichting, verdieping en gezamenlijke reflectie op zowel de opbrengsten als het proces. Ook wordt er gekeken of de geboden ondersteuning afdoende is en naar wens verloopt en worden er, indien nodig, aanvullingen geboden en/of wijzigingen aangebracht. Aan het einde van het vierde kwartaal (Q4) zal het formele evaluatiemoment de vorm hebben van een eindevaluatie, waarbij teruggekeken wordt op het gehele jaar.  

Voorafgaand aan deze evaluatiegesprekken dienen de projectuitvoerders de centrale evaluatievragen (zie Bijlage 2. Evaluatievragen) te beantwoorden. Deze worden, gezamenlijk met de antwoorden op de monitoringsvragen, minimaal twee weken voor het einde van ieder kwartaal gedeeld met de werkgroep Opleidingswerkplaats. Aanleveren gebeurt door de bijbehorende formats (zie bijlagen), ingevuld te mailen naar de leden van werkgroep Opleidingswerkplaats. Vertegenwoordigers van de projecten zijn daarbij verantwoordelijk voor het verzamelen van alle informatie die nodig is om de evaluatievragen volledig te beantwoorden.

De centrale evaluatievragen betreffen ook vragen omtrent de (tussentijdse) opbrengsten van het project. Dit betreft zowel opbrengsten in ontwikkeling als afgeronde opbrengsten. In de evaluatiegesprekken worden opbrengsten vervolgens gezamenlijk besproken. Er wordt gekeken welke opbrengsten verder uitgewerkt, geborgd of gedeeld moeten worden en de bruikbaarheid ervan voor andere opleidingen of instellingen wordt bekeken. Daarbij wordt besproken of aanvullende acties wenselijk zijn; denk bijvoorbeeld aan het verder ontwikkelen of breder delen van een opbrengst.

Na iedere evaluatie worden concrete vervolgstappen afgesproken rond het ontwikkelen, delen of toepassen van opbrengsten. De verantwoordelijkheid voor uitvoering van deze stappen wordt in overleg bepaald. Eveneens worden er, indien nodig, concrete acties omtrent ondersteuning afgesproken en gezet.

In het geval dat het programma Impuls Open Leermateriaal doorloopt tot en met 2030, wordt tijdens het evaluatiegesprek in het tweede kwartaal (Q2) specifiek de mogelijkheid tot een doorstart van de Opleidingswerkplaats besproken. Dit houdt in dat de Opleidingswerkplaats bij een positieve beslissing mogelijkerwijs voor een langere periode voortgezet kan worden dan het momenteel vastgestelde jaar, met een maximum van twee verlengingsjaren.  

 

Evaluatievragen

Tussentijdse evaluaties (eind Q1, Q2, Q3)

Doel: Reflecteren op de voortgang tot nu toe, verklaren van succesfactoren en knelpunten, en bepalen welke verbeteringen nodig zijn voor de volgende fase.  Beantwoord onderstaande vragen.

Let op: Het is niet noodzakelijk dat één persoon alle vragen invult; de beantwoording kan verdeeld worden over meerdere teamleden, afhankelijk van hun betrokkenheid. Daarnaast geldt dat onderdelen die (nog) niet van toepassing zijn op jullie Opleidingswerkplaats, bijvoorbeeld omdat bepaalde activiteiten nog niet gestart zijn, kunnen worden gemarkeerd met ‘n.v.t.’ bij de betreffende vraag.

 

 

Eindevaluatie (eind Q4)

Doel: Reflecteren op het gehele traject, verklaren van succesfactoren en knelpunten, en bepalen welke verbeteringen of aanbevelingen relevant zijn voor vervolgtrajecten of herhaling.  

Let op: Het is niet noodzakelijk dat één persoon alle vragen invult; de beantwoording kan verdeeld worden over meerdere teamleden, afhankelijk van hun betrokkenheid. Daarnaast geldt dat onderdelen die (nog) niet van toepassing zijn op jullie Opleidingswerkplaats, bijvoorbeeld omdat bepaalde activiteiten niet gerealiseerd zijn, kunnen worden gemarkeerd met ‘n.v.t.’ bij de betreffende vraag.