Deze fase is cruciaal. Wat is het vraagstuk en de wens? Hoe kan de inzet van open leermateriaal bijdragen aan de oplossing van dit vraagstuk? Oftewel: waarom maak je het materiaal en voor wie? Welke doelen beoog je te behalen en aan welke eindtermen kun je deze koppelen? Dit zijn allemaal essentiële vragen om mee te starten. Daarnaast wil je graag zo (wetenschappelijk) mogelijk onderbouwd werken, om ervoor te zorgen dat je de kennis die anderen deelden over het ontwerp ook zo goed mogelijk toe te passen, maar ook om te voorkomen dat je zelf onnodig het wiel opnieuw gaat uitvinden. Het onderbouwen van je keuzes op basis van zowel theorie als praktijk (evidence-informed werken) is dus erg belangrijk. En ons advies is om in deze fase al te kijken of je kunt samenwerken met anderen, bijvoorbeeld in een zogeheten ‘vakcommunity’: een groep docenten die werkzaam zijn op hetzelfde vakgebied en een gedeelde inhoudelijke expertise hebben. Vele handen maken licht werk, en de kracht van het bundelen van expertises is enorm!
In deze fase van het ontwerpproces maak je een plan van aanpak. Hierin beschrijf je wat je gaat doen, waarom en voor wie en vooral hoe je dit gaat doen. Ons advies is om eerst na te gaan wat er al aan (open) materiaal is dat je kunt hergebruiken of aanpassen. In je plan met ontwerpeisen ga je beschrijven aan welke criteria je eindproduct moet voldoen om te slagen. Maak hierbij ook gebruik van het kwaliteitsmodel van IOL.
Je hebt aan het einde van deze fase een plan van aanpak inclusief planning waarin beschreven staat wat je wanneer gaat maken, voor wie en hoe. Ook heb je nagedacht over de gewenste vorm(geving). Beschrijf ook de fase van toepassen, dus hoe je je gemaakte leermateriaal in de lespraktijk gaat gebruiken, wat wil je zien als je het leermateriaal hebt gebruikt?
Dit is de meest uitgebreide fase van het ontwerpproces, het maken. Ook het maken van een arrangement van al bestaand materiaal, aangepast materiaal en/of nieuw materiaal hoort in deze fase thuis. Zoek eerst of er al geschikt open leermateriaal beschikbaar is dat je kunt gebruiken, bijvoorbeeld via www.wikiwijs.nl. Als het open materiaal (met de licentie CC-by of CC-by-SA) beschikbaar is, maar niet helemaal geschikt is voor jouw situatie, pas het dan aan. Is er geen geschikt materiaal vindbaar, dan kun je zelf nieuw materiaal ontwikkelen.
Bepaal vooraf onder welke licentie je je materiaal beschikbaar gaat stellen, dat stelt ook eisen aan het materiaal. Wil je je gemaakte materiaal weer open delen (dat hopen we natuurlijk wel!) dan moet je bijvoorbeeld ook rechtenvrije afbeeldingen gebruiken. Welke mogelijkheden er zijn op dit vlak staan ook in de handreiking Meer regie over je eigen lessen.
Dan begint het monnikenwerk, de redactie. Gelukkig zijn er binnen het lerarencorps veel deskundigen op dit vlak. Laat de (eind)redactie over aan een ander. Je kijkt over het algemeen gemakkelijk over je eigen gemaakte fouten heen. Een inhoudelijke redactieslag is waar je mee begint, die komt voor de tekstuele check. Je pakt de criteria uit het ontwerpplan er weer bij en bekijkt of het materiaal voldoet aan je gestelde inhoudelijke eisen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat leraren terughoudend kunnen zijn in het gebruiken én delen van open leermateriaal, vanwege zorgen over de kwaliteit (Schuwer & Janssen, 2018). Om de kwaliteit van leermateriaal inzichtelijk te maken, kan het daarom helpen om een kwaliteitsmodel te gebruiken, bijvoorbeeld het kwaliteitsmodel van IOL.
Veel ontwikkelaars zijn geneigd zich al in een vroeg stadium te verliezen in de vormgeving van het materiaal. Hoewel het goed is om hier vooraf al duidelijke ideeën over te hebben, vindt het daadwerkelijke vormgeven pas plaats wanneer de inhoud van het materiaal compleet, correct en geredigeerd is. Dan past beeldmateriaal echt bij de inhoud, in plaats van dat het de inhoud gaat bepalen. Houd rekening met leerlingen met beperkingen en zorg dat je vormgeving inclusief is, dus dat bijvoorbeeld tekst ook voor blinde leerlingen voor te lezen is en niet opgeslagen is als plaatje en dat je met een quiz die ook door dove leerlingen gemaakt moet kunnen worden niet alleen auditieve feedback geeft.
Binnen Wikiwijs maken kun je eenvoudig je leermateriaal beschikbaar maken voor publicatie en voeg je metadata toe. Metadata zijn de tags waarmee je je leermateriaal vindbaar maakt voor anderen, bijvoorbeeld titel, omschrijving, trefwoorden, leerniveau, vakgebied, soort leermateriaal en dergelijke. Heb je meerdere lessen? Maak dan een arrangement in Wikiwijs. Door het materiaal op de juiste wijze te publiceren en delen maken we gebruik van elkaars expertise en besparen we elkaar tijd bij het voorbereiden van onze lessen.
Dan bereik je de fase waar je het allemaal voor hebt gedaan: het gebruiken van je leermateriaal met de leerlingen. Blijf kritisch op je werk en vraag vooral ook je leerlingen om feedback. Binnen Impuls Open Leermateriaal zijn diverse pilots ook bezig met het maken van materiaal. Meer over de pilots lees je hier. Veel van deze pilots hebben hun gemaakte materiaal ook gedeeld op Wikiwijs.
Als je je materiaal hebt gedeeld dan kan het zijn dat je van anderen ook feedback krijgt, omdat zij bijvoorbeeld met jouw materiaal weer inspiratie hebben gekregen voor eigen materiaal of omdat ze er een eigen versie van hebben gemaakt. Ook kan het zijn dat je op basis van de toepassing van het materiaal in je eigen lespraktijk of de feedback van collega's of leerlingen nog weer aanpassingen wil doen. Mocht je niet meer verantwoordelijk kunnen zijn voor het leermateriaal, draag het eigenaarschap dan over aan collega's.
Tot slot is het belangrijk om het leermateriaal blijvend te laten aansluiten op de kerndoelen/eindtermen. Check regelmatig of je leermateriaal hier nog aan voldoet of dat er een aanpassing nodig is.