Maak de volgende opgaven in je schrift.
▲ Vraag 48. Waarmee begon het leven op aarde?
A) Planten
B) Mensen
C) Bacteriën
D) Apen
▲ Vraag 49. Is de volgende stelling waar of niet waar?
“De mens is direct uit de aap ontstaan”
Vraag 50. Met welke van de volgende organismen heeft de mens de meeste overeenkomsten in het DNA?
A) Komkommer
B) Boom
C) Aap
D) Hond
☆ Vraag 51. Hoe kan DNA-onderzoek helpen om uit te zoeken welke soorten een gemeenschappelijke voorouder hebben?
☆ Vraag 52. Mensen hebben zelfs DNA-overeenkomst met een komkommer en een boom. Wat zegt dat?
A) Alle levende organismen hebben uiteindelijk een gemeenschappelijke oorsprong
B) Planten en dieren hebben niets met elkaar te maken
C) Mensen lijken meer op planten dan op apen
D) DNA is alleen bij mensen belangrijk
☆ Vraag 53. Een leerling zegt: “Als we 75% DNA delen met een komkommer, betekent dat dat we voor 75% hetzelfde zijn.” Leg uit waarom dit een verkeerde conclusie is.
☆ Vraag 54. Het ontstaan van de mens vanuit bacteriën heeft heel erg lang geduurd.
Waarom is dit zo’n langzaam proces?