Maak de volgende opgaven in je schrift.
▲ Vraag 10. Wat is de functie van het ademhalingsstelsel?
A) Het rondpompen van zuurstof
B) Het bewegen van de longen
C) Het verwerken van zuurstof
D) Het opnemen van zuurstof en uitstoten van koolstofdioxide
▲ Vraag 11. Welke rol speelt de luchtpijp?
A) Voedsel naar de maag brengen
B) Lucht van en naar de longen brengen
C) Zuurstof opnemen in het bloed
D) Koolstofdioxide afvoeren naar de huid
▲ Vraag 12. Welke stof wordt er opgenomen in de longen, en welke uitgestoten?
▲ Vraag 13. Wat gebeurt er in de longen?
A) Lucht wordt gefilterd door haartjes en slijm
B) Zuurstof wordt opgenomen in het bloed
C) Het voedsel wordt afgebroken
D) Het bloed wordt rondgepompt
Vraag 14. Schrijf achter iedere zin of het juist of onjuist is.
| Alle organen in ons lichaam hebben zuurstof nodig. | JUIST / ONJUIST |
| In de longen wordt alleen zuurstof opgenomen, maar geen koolstofdioxide afgegeven. |
JUIST / ONJUIST |
| De luchtpijp zorgt voor transport van lucht. | JUIST / ONJUIST |
Vraag 15. Soms kan een stukje eten in je luchtpijp vast blijven zitten. Dit moet je snel oplossen, want het kan snel dodelijk zijn.
Waarom is het zo gevaarlijk als je luchtpijp geblokkeerd is?
☆ Vraag 16. Roken heeft een slechte invloed op je ademhalingsstelsel.
Welk onderdeel van het ademhalingsstelsel wordt hierdoor aangetast?
☆ Vraag 17. Tijdens het sporten moet je sneller en dieper ademhalen. Waarom is dat?
☆ Vraag 18. Je wilt meedoen aan een hardloopwedstrijd in de bergen. In de bergen is er minder zuurstof in de lucht.
Zou je dan sneller of minder snel uitgeput raken dan in Nederland?