Oefenen

Maak de volgende opgaven in je schrift.

▲ Vraag 11. Wat is een ecosysteem?
A) Een groep dieren die samen leven
B) Alles wat in een kringloop samenwerkt, inclusief levende, dode en levenloze dingen
C) Alleen planten en dieren in een bos
D) Een plek waar alleen water en zonlicht zijn

Vraag 12. Is de onderstaande stelling waar of niet waar?
“Levenloze dingen, zoals water en zonlicht, zijn niet belangrijk voor een ecosysteem.”

Vraag 13. Welke uitspraak klopt over een ecosysteem?
A) Dieren zijn niet nodig in de kringloop
B) Alle organismen samen zorgen ervoor dat de kringloop blijft bestaan
C) Alleen dieren zorgen dat de kringloop blijft bestaan
D) Alleen planten zijn belangrijk

Vraag 14. Schrijf achter ieder ding of het levend, dood of levenloos is.

Krop sla LEVEND   /   DOOD   /   LEVENLOOS
Slak LEVEND   /   DOOD   /   LEVENLOOS
Vogel LEVEND   /   DOOD   /   LEVENLOOS
Kat LEVEND   /   DOOD   /   LEVENLOOS
Poep LEVEND   /   DOOD   /   LEVENLOOS


Vraag 15. Welke van de volgende stellingen klopt?
A) Alleen levende organismen bepalen de kringloop
B) Alles in een ecosysteem hangt met elkaar samen
C) Poep speelt geen rol in een kringloop
D) Zonlicht is een levend onderdeel van de kringloop

Vraag 16. Welke stelling klopt?
A) Poep speelt geen rol in het ecosysteem
B) Levenloze dingen zorgen ervoor dat alles blijft werken
C) Alleen planten zijn belangrijk voor de kringloop
D) Levenloze dingen zijn optioneel 

Vraag 17. Wat zou er gebeuren met het ecosysteem als één soort (bijvoorbeeld de kat) helemaal verdwijnt?

☆ Vraag 18. Bedenk nu eens een eigen voorbeeld van een kringloop.
In deze kringloop moeten minstens vijf onderdelen staan.
Schrijf dit op in je schrift.

☆ Vraag 19. Kijk eens naar het voorbeeld van de kringloop in de tekst.
Stel dat er geen zonlicht is in een ecosysteem. 
Wat gebeurt er dan met de krop sla en de rest van de kringloop?