Oefenen

Maak de volgende opgaven in je schrift.

▲ Vraag 21. Wat doet de celkern?
A) Opslaan van zuurstof
B) Aansturen van de cel
C) Zorgen voor stevigheid
D) Vormen van kleurstoffen

▲ Vraag 22. Wat staat er in het DNA beschreven?
A) Het zorgt dat ieder organisme hetzelfde is
B) Wat elk onderdeel van de cel moet doen
C) Het maakt de cel sterk
D) Het zorgt voor energie

▲ Vraag 23. Waar ligt het DNA opgeslagen?

▲ Vraag 24. Waarom wordt de celkern gezien als het “kantoor” van de cel?

▲ Vraag 25. Noem twee voorbeelden waarvoor DNA gebruikt kan worden.

Vraag 26. Schrijf achter iedere zin of het juist of onjuist is.

Alle mensen hebben precies hetzelfde DNA JUIST   /   ONJUIST
DNA kan gebruikt worden om misdaden op te lossen JUIST   /   ONJUIST
Het DNA ligt in de celkern JUIST   /   ONJUIST


Vraag 27. Je onderzoekt twee cellen die precies hetzelfde DNA hebben.
Zijn deze cellen van dezelfde persoon?

☆ Vraag 28. Stel dat je een politieagent bent.
Tijdens een onderzoek hebben jullie een tas met gestolen spullen gevonden. In deze tas is een haar gevonden, waaruit jullie het DNA hebben kunnen analyseren.
Jullie hebben een verdachte gearresteerd. Het DNA van deze verdachte blijkt precies hetzelfde te zijn als het DNA van de haar.
De verdachte zegt dat de haar niet van hem is, maar van zijn vader.
Kan de verdachte gelijk hebben, of is hij waarschijnlijk de schuldige?

☆ Vraag 29. Bij een eeneiige tweeling is er iets anders gelopen tijdens de geboorte, waardoor de twee kinderen heel erg op elkaar lijken. Hoe komt dat? Gebruik het woord DNA in je antwoord.

☆ Vraag 30. Door radioactieve straling kan het DNA beschadigd raken. Dit kan ervoor zorgen dat mensen heel erg ziek raken.
Hoe is het mogelijk dat mensen ziek worden van beschadigd DNA?